Heeft vergrijzing echt een deflatoir effect?

0

Het deflatiespook lijkt onze nationale economieën te hebben gespaard. De economie krijgt weer zuurstof, maar de euforie over de kwantitatieve versoepeling verhult het feit dat de inflatie in enkele industrielanden al jaren voordat de olieprijzen daalden, laag of zelfs negatief was.

Heeft vergrijzing een deflatoir effect?Ook in opkomende landen zoals China stellen we een toenemende deflatiedruk vast. Daarom moeten we het feit onder ogen zien dat naast centrale banken, grondstoffenprijzen en looninflatie ook veranderingen in sociale structuren, en de vergrijzing in het bijzonder, gevolgen kunnen hebben voor de prijsontwikkeling.

Of vergrijzing als demografische ontwikkeling al dan niet deflatoir werkt, vormt het voorwerp van een voortdurend academisch debat. Er zijn echter tal van voorbeelden die deze stelling ondersteunen.

Levensverwachting

In veel Oeso-landen zijn er twee trends verantwoordelijk voor de vergrijzing van onze bevolkingsstructuur: ten eerste is de levensverwachting gestegen en ten tweede zijn de geboortecijfers gedaald. De combinatie van deze beide ontwikkelingen betekent dat de beroepsbevolking niet alleen daalt, maar verhoudingsgewijs ook afneemt tegenover het aantal gepensioneerden.

Daarom vergrijzen niet alleen de mensen, maar ook de volledige samenleving. Deze ontwikkeling heeft rechtstreekse gevolgen voor onze persoonlijke financiën. Het wijst erop dat we vroeg moeten beginnen sparen voor ons pensioen. Globaal genomen moet de beroepsbevolking een groter deel van haar inkomsten uit arbeid opzijzetten voor haar pensioen, waardoor er minder overblijft voor onmiddellijke consumptie.

Omdat steeds meer ouderen door de sociale systemen moeten worden ondersteund, stijgen bovendien de belastingen, wat nog meer druk zet op het reële consumptiebudget. Het vooruitzicht op een leven in een vergrijzende samenleving verandert het consumptie- en spaargedrag in de verschillende levensfasen.

Levenscyclus-consumptiemodel

We hebben het hier over het zogenaamde levenscyclus-consumptiemodel, dat drie hoofdmechanismen impliceert waardoor de vergrijzing een impact heeft op het prijzenpeil: (i) een vermindering van de totale vraag, (ii) een daling van de prijzen voor vermogenswaarden, inclusief een negatief vermogenseffect, en (iii) aanpassingen in het consumptiegedrag die een impact hebben op de relatieve prijzen.

De beroepsbevolking is doorslaggevend voor de groei van het bbp en de totale vraag. Als de beroepsbevolking daalt, krimpt ook het bbp, wanneer het verlies aan menselijk kapitaal niet kan worden opgevangen door een efficiëntere productie. In een vergrijzende samenleving moeten de door de beroepsbevolking gegenereerde economische prestaties bovendien over meer mensen buiten de beroepsbevolking worden verdeeld.

Een dalend bbp per hoofd van de bevolking, per persoon die al dan niet werkt, oefent druk uit op de totale vraag, omdat er per persoon minder middelen voor consumptie ter beschikking staan. De daaruit voortvloeiende, lagere totale vraag naar consumptiegoederen impliceert een deflatoire druk op de consumptieprijzen.

Vermogenseffect

Het tweede mechanisme is het negatieve vermogenseffect. Vergrijzing betekent dat een toenemend deel van de oudere bevolking haar consumptie met haar spaarcenten financiert. Hetzij door beleggingen te liquideren of vermogenswaarden te verkopen. Aangezien het aantal verkopers stijgt, kunnen de prijzen voor vermogenswaarden dalen.

Daardoor daalt op zijn beurt het totale vermogen van de spaarders en dus hun consumptie. Verder zijn mensen op middelbare leeftijd die voor hun pensioen sparen, meer geïnteresseerd in beleggingen die veilige en regelmatige uitbetalingen beloven.

Als gevolg hiervan zal de vraag naar beleggingen per saldo wellicht voornamelijk gericht zijn op obligaties, wat zorgt voor dalende lange rentes. De daling van de lange rente wordt op zijn beurt versterkt door afgenomen groeiverwachtingen ten gevolge van de afnemende beroepsbevolking. Lage rentes bieden de centrale banken minder speelruimte om de deflatie te bestrijden met renteverlagingen.

Positieve correlatie

Bovenop deze eerste twee mechanismen zullen de relatieve prijzen wijzigen, omdat de totale vraag naar andere categorieën van goederen zich verplaatst. Globaal genomen dient te worden uitgegaan van een verschuiving van consumptiegoederen naar diensten (gezondheidszorg en persoonlijke diensten). In de dienstensector is het voor de ondernemingen echter moeilijker om arbeidskrachten te vervangen door kapitaal.

De hogere vraag naar investeringsbestedingen in de dienstensector zal de dalende investeringen in de productie van consumptiegoederen bijgevolg niet kunnen compenseren en in totaal zullen de investeringen afnemen.

Deze drie mechanismen zijn statistisch aantoonbaar. In de economieën van de opkomende en industrielanden bestaat er een positieve correlatie tussen de inflatie en de bevolkingsgroei. Er is een positieve correlatie waarneembaar tussen inflatie en beroepsbevolking en een negatieve correlatie tussen de inflatie en de groei van het aandeel van de 65-plussers in de bevolking.

De onderlinge verbanden tonen aan dat de demografische ontwikkeling in de industrielanden de centrale banken niet alleen heeft geholpen om de inflatie laag te houden, maar ook hun inspanningen zou kunnen ondergraven om de inflatie op lange termijn boven nul te houden.

Demografische pyramide

De huidige demografische veranderingen in Europa, Japan en China hebben een deflatoir effect. In West-Europa zou de beroepsbevolking tegen 2050 met 11 % kunnen dalen, terwijl de totale bevolking stagneert. In Duitsland bereikte de beroepsbevolking in 2003 haar hoogste peil.

De verwachte daling van de bevolkingsgroep tussen 14 en 65 jaar bedraagt over diezelfde periode 22 %, tegenover een daling van de totale bevolking van ongeveer 9 %. De sterkst vergrijsde maatschappij is Japan: Sinds 1990 is de beroepsbevolking daar met 9 % gedaald en tegen 2050 zal ze nog eens met een derde afnemen.

Kennelijk vergrijst de wereld in zijn totaliteit niet. Want net als vroeger zijn er talrijke regio’s met jonge en groeiende bevolkingscijfers, zoals in India of Afrika. Aangezien het globale vermogen in de vorm van financiële vermogenswaarden en beleggingen geconcentreerd is in landen met vergrijzende maatschappijen waar de beroepsbevolking krimpt, wijst de globale trend neerwaarts.

De demografische ontwikkeling belooft niet veel goeds voor de inflatiedoelstellingen van de centrale banken. Een blik op Japan als de sterkst vergrijsde maatschappij levert geen bemoedigende vooruitzichten op voor de inflatie.

Bonus

Dat deflatie positief is voor vergrijzende consumenten die gespaard hebben voor hun pensioen, dient daarentegen als een plus te worden beschouwd. Voor mensen met schulden is dit echter rampzalig. Onze met krediet gefinancierde economieën staan aan de verkeerde kant van deze vergelijking, waardoor de deflatoire effecten van de vergrijzing door de enorme behoefte aan fiscale consolidatie worden verergerd.

In die optiek moet u niet zozeer hopen op maatregelen van de centrale banken, maar op structurele hervormingen om de productiviteit te verhogen (opleiding, IT-infrastructuur, O&O) en de beroepsbevolking uit te breiden (participatie van de vrouwelijke bevolking in het beroepsleven, immigratie, familiaal beleid).

Dat geldt ook voor een potentieel creatiever beleid dat bereid en in staat is om het probleem bij de wortel aan te pakken. Singapore biedt voor elk eerste en tweede kind een bonus aan van 3250 dollar, die voor elk derde en vierde kind oploopt tot bijna 5000 dollar. Wat vindt u daarvan?

Deel dit artikel

Over de auteur

Yves Longchamp

Yves Longchamp is Head of Research bij Ethenea Independent Investors.


Kennispartners

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies om u de beste surfervaring te geven. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op 'Accepteren' hieronder, dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten