De Verenigde Staten zwemmen in de aardolie. Ze zijn dan ook veruit de grootste olieproducent ter wereld: alle aardolieproducten samen ruim 21 miljoen vaten per dag in 2023, waarvan meer dan 12 miljoen vaten ruwe aardolie, tegenover circa 10 miljoen voor de nummers twee en drie, Saoedi-Arabië en Rusland. Daarmee tekenen de VS voor ruim 20% van de wereldwijde productie – en hun aandeel gaat nog steeds in stijgende lijn, stelt Alexis Bienvenu, portefeuillemanager bij La Financière de l’Échiquier (LFDE).
Het land is ook een van de belangrijkste exporteurs van olieproducten in de wereld: alles samen meer dan 6 miljoen vaten per dag. Toch is door de blokkering van de Straat van Hormuz sinds de start van het Amerikaans-Israëlische offensief tegen Iran eind februari ook in de Verenigde Staten de benzineprijs drastisch gestegen: +20% op 13 maart. Met 3,6 dollar per gallon, iets minder dan 1 dollar per liter, nadert die het recordniveau van 2023 en 2024, al blijft hij nog ver onder de piek van 2022, toen benzine 5 dollar per gallon kostte.
Hoe komt dat?
Ook al zwemmen de Verenigde Staten in de aardolie, ze blijven voor hun verbruik uitermate afhankelijk van import uit het buitenland. De ruwe olie die ze zelf produceren, is namelijk niet echt geschikt voor de raffinaderijen en distributienetwerken in het land. De lokale productie bestaat hoofdzakelijk uit lichte en zwavelarme aardolie, terwijl de raffinaderijen er decennia geleden werden gebouwd voor zware, zwavelrijke olie. Daarom moet een andere soort olie worden ingevoerd.
Bovendien liggen de raffinaderijen en voorraden voornamelijk in het Midden-Westen en rond de Golf van Mexico – of, in Trump-speak ‘van Amerika – ver verwijderd van de grootste verbruikers aan de oost- en westkust, waar in tal van terminals buitenlandse olie wordt aangevoerd. En dan is er nog de Jones Act, een wet uit 1920 die voorschrijft dat het vervoer van goederen – aardolie incluis – tussen twee Amerikaanse havens moet gebeuren met schepen gebouwd in de VS, met een Amerikaanse eigenaar en bemanning. Dat belemmert de concurrentie en maakt binnenlands vervoer fors duurder.
Winstgevend
De mismatch tussen de productie en consumptie van aardolie gaat ten koste van de verbruikers, maar is bijzonder winstgevend voor de olieproducenten, die profiteren van de stijgende olieprijs op de wereldmarkten, terwijl hun productiekosten gelijk gebleven zijn. De MSCI USA Energy is sinds begin dit jaar dan ook al 28% hoger gekoerst, terwijl de bredere S&P 500 op 12 maart 2% lager noteerde dan op 1 januari.
Die druk op de Amerikaanse consument, die in de tussentijdse verkiezingen van november zijn mening kenbaar kan maken in het stemhokje, kan het staatshoofd als eindverantwoordelijke voor de prijsopstoot niet zomaar aanzien. Hij overweegt dan ook om de Jones Act tijdelijk op te schorten, een zeldzame ingreep. Hij is bereid om 172 miljoen vaten uit de strategische reserves vrij te geven in het kader van een wereldwijde inspanning op aangeven van het Internationaal Energieagentschap – al zal dat wat tijd vergen. Hij laat andere landen toe om Russische olie te kopen die op tankers is opgeslagen. Hij onderzoekt de mogelijkheid om een federale accijns op benzine op te schorten, ook al brengt die een voor de Amerikaanse begroting broodnodige 18 dollarcent per gallon of circa 5 cent per liter op.
Deal maker
Ingrijpen op de benzineprijs kan bovendien op nog heel wat andere manieren – als zelfverklaarde ‘deal maker’ zal de president daarvoor ongetwijfeld de nodige creativiteit aan de dag leggen. Op welke manieren hij de schok echter ook tracht te verzachten, op middellange termijn zal er wereldwijd een olietekort van 20% blijven bestaan zolang de Straat van Hormuz geblokkeerd blijft – en zullen aardgas en kunstmest, twee kritieke grondstoffen voor respectievelijk de industrie en de landbouw, schaars blijven.
Uit die impasse zijn twee mogelijke uitwegen. De Verenigde Staten kunnen onderhandelingen starten om de scheepvaart in de zee-engte te laten hervatten, al zal dat gepaard gaan met politieke toezeggingen, of ze kunnen proberen om de Straat van Hormuz militair te controleren, maar ook dat zal de nodige deining veroorzaken. Beide pistes komen met een hoog prijskaartje – politiek, diplomatiek en financieel – dat de Verenigde Staten misschien wel hebben onderschat. Het wordt tijd dat Trump zijn beruchte ‘Art of the deal’ – voorlopig nergens te bespeuren – laat zien om de olie weer te laten vloeien als vanouds.



