De belangrijkste Amerikaanse aandelenindices staan al maanden vrijwel stil. Sinds de technologiepiek eind oktober beweegt de S&P 500 zijwaarts, maar onder de oppervlakte voltrekt zich een stevige sectorrotatie: energie steeg ruim 20%, materialen bijna 20% en basisconsumptie meer dan 10%; technologie leverde in dezelfde periode circa 11% in.
Van een brede marktpauze is dan ook geen sprake, stelt Nadège Dufossé, Global Head of Multi-Asset bij Candriam. Volgens haar herwaarderen beleggers businessmodellen. AI is niet langer alleen een groeiverhaal, het is een manier geworden om het kaf van het koren te scheiden. De markt maakt onderscheid tussen bedrijven die zich bezighouden met AI-infrastructuur, en bedrijven waarvan marges en prijszettingsvermogen er structureel door op de proef worden gesteld.
AI: van concentratie naar polarisatie
Het afgelopen jaar stond AI vooral voor de concentratie in megacaps. Die fase verschuift nu naar polarisatie. De investeringen in AI-infrastructuur – van halfgeleiders en geheugen tot datacenterhardware, netwerken en energieapparatuur – blijven stevig. Hyperscalers zetten agressief kapitaal in en bij hardware- en onderdelenleveranciers worden de winstverwachtingen nog altijd opwaarts bijgesteld. Kapitaalintensiteit en rendement op investeringen staan weer centraal.
Binnen software en SaaS speelt intussen een andere dynamiek. AI-agents en automatiseringstools kunnen prijzen drukken en traditionele abonnementsmodellen uithollen, waardoor aannames over toekomstige groei worden herzien. De spreiding binnen technologie neemt toe, Candriam blijft positief over halfgeleiders en hardware, voorzichtiger over software.
Die polarisatie verklaart een deel van de sectorrotatie. Gelijkgewogen indices profiteren van bredere marktsterkte, terwijl indexzwaargewichten corrigeren. Materialen en delen van energie winnen mee op de fysieke voetafdruk van AI: stroom, netverzwaring, koeling en metalen. Regionaal blijft Azië (Zuid-Korea, Taiwan) gevoelig voor de chipcyclus; Europa profiteert indirect via toeleveringsketens en infrastructurele uitgaven. AI verdwijnt niet, het wordt selectiever.
De-synchronisatie: markten lopen uit de pas
Het bepalende kenmerk van deze fase is de-synchronisatie. Regio’s, sectoren en valuta’s bewegen niet langer in hetzelfde ritme. Gelijkgewogen indices wijken af van marktkapitalisatiebenchmarks, hardware presteert beter dan software en Aziatische halfgeleiderblootstelling gedraagt zich anders dan Amerikaanse platformnamen. Opvallend: valuta uit opkomende markten winnen terrein, terwijl de Amerikaanse rente relatief hoog blijft. In zo’n omgeving draait het minder om inzetten op één macro-scenario, en meer om positioneren op structurele krachten die overeind blijven: AI-infrastructuur boven softwareplatformen.
Groei: stabiel, maar secundair
De macro-economische omgeving blijft overigens ondersteunend, maar is niet langer de belangrijkste motor achter marktleiderschap. In de VS rust de groei vooral op private binnenlandse vraag, met investeringen – met name rond AI – als drijvende kracht, meer dan consumptie. Het recessierisico blijft beperkt, maar van een brede versnelling is geen sprake: de verrassingen zijn kleiner en selectiever.
De eurozone laat een bescheiden, maar verbeterend beeld zien. Lagere hypotheekrentes en afnemende inflatie geven de binnenlandse vraag geleidelijk steun. Begrotingsbeleid, vooral in Duitsland, begint daarbij stap voor stap door te werken. Industriële orders in november en december 2025 trokken sterk aan, terwijl de verwachtingen zo laag waren dat zelfs middelmatige cijfers positief verrasten.
China blijft structureel moeizaam. Beleid ondersteunt, maar de vastgoedaanpassing, terughoudende bedrijfsstimulus en deflatoire druk remmen het momentum; buitenlandse handel kan dat in een wereld van strategische rivaliteit niet volledig opvangen. Per saldo verslechtert de groei niet, maar voor beleggers weegt sector- en themadynamiek zwaarder dan het macrobeeld.



