Datacenters zijn in korte tijd uitgegroeid van vrijwel onzichtbare digitale voorzieningen tot grote stroomverbruikers. Jarenlang golden zij als vanzelfsprekende winnaars voor beleggers. Dat beeld kantelt. Het vuurtje onder de beleggingsdrift in datacenters komt op een lager pitje te staan, zo blijkt uit nieuwe whitepapers van vermogensbeheerder DWS.
DWS maakt daarbij wel onderscheid tussen verschillende typen datacenters. Hyperscale-datacenters leunen sterk op een beperkt aantal grote technologiebedrijven en zijn nauw verweven met de huidige AI-hausse. “Colocatiecentra hebben een ander profiel. In deze datacenters huren meerdere bedrijven capaciteit, waardoor inkomsten over verschillende klanten en contracten zijn verdeeld. Dat maakt het verdienmodel minder afhankelijk van investeringsbeslissingen van één grote partij en beter bestand tegen schommelingen in de vraag, ook wanneer de uitrol van AI minder snel of minder grootschalig verloopt”, aldus Richard Marshall, Head of Infrastructure Research. Volgens de onderzoeker bewegen colocatiecentra bovendien minder mee met op de investeringsgolven van grote technologiebedrijven.
Volgens Marshall neemt het enthousiasme van beleggers voor datacenters neemt abrupt af, alleen het beoordelingskader verschuift. “Datacenters golden lange tijd als groeimotor, maar we waarschuwen nu wel voor te hoge waarderingen, concentratierisico’s en een gebrek aan kapitaaldiscipline in het hyperscale-segment. De door AI aangejaagde investeringsgolf heeft zich nog niet bewezen over een volledige beleggingscyclus, terwijl uitbreidingsbeslissingen vaak vooruitlopen op commerciële toepassingen waarvan de opbrengsten nog onzeker zijn.”
Stroomslurpers
Die herwaardering valt samen met oplopende druk op de fysieke infrastructuur. Datacenters zijn wereldwijd inmiddels goed voor ongeveer1,5% van het elektriciteitsverbruik. Dat aandeel kan richting 2030 oplopen tot 3 à 4%. “Op regionaal niveau zijn de gevolgen soms groot. In delen van de Verenigde Staten en Europa nemen datacenters al meer dan 15% van de totale stroomvraag voor hun rekening. In Ierland ligt dat aandeel rond de 18%. Ook Nederland behoort tot de landen met een steeds groter beslag van datacenters op de beschikbare netcapaciteit”, weet Marshalls collega Michael Lewis, Head of Research ESG.
Die groei botst met de capaciteit van de elektriciteitsnetwerken die zijn aangelegd in een ander tijdperk. Veel netten kunnen de combinatie van elektrificatie, hernieuwbare opwek en de snel oplopende vraag van datacenters nauwelijks tot niet aan. “De bouw van nieuwe datacenters duurt in Europa, van plan tot oplevering, gemiddeld twee tot drie jaar. Maar dat betekent niet dat zij automatisch op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten. Netverzwaring en nieuwe aansluitingen laten vaak aanzienlijk langer op zich wachten, wat het risico op regionale tekorten vergroot”, aldus Lewis.
Daarom zet DWS vraagtekens bij het huidige investeringsklimaat. “Hyperscale-datacenters zijn sterk afhankelijk van een kleine groep grote Amerikaanse technologiebedrijven. Die koppelen hun capaciteitsbeslissingen aan commerciële toepassingen waarvan de opbrengsten nog onzeker zijn. Ongewis blijft dus hoe rendementen, efficiëntiewinsten en de structurele behoefte aan rekenkracht zich ontwikkelen. Dat vergroot het risico op overcapaciteit en tegenvallende kasstromen, juist in het segment dat nu het snelst groeit”, aldus Marshall.
Knelpunten
De knelpunten beperken zich niet alle tot stroom. Datacenters verbruiken grote hoeveelheden water voor koeling. Het wereldwijde waterverbruik kan tegen 2030 meer dan verdubbelen. In de VS ligt meer dan de helft van de faciliteiten van grote technologiebedrijven in gebieden met ernstige waterschaarste. Dat leidt tot bouwbeperkingen en dwingt exploitanten uit te wijken naar regio’s met ruimere water- en koelvoorzieningen.
Ook klimaatdoelstellingen komen hierdoor in het nauw. “Ondanks grootschalige inkoop van hernieuwbare energie loopt de uitstoot van grote technologiebedrijven op doordat de groei van rekenkracht sneller gaat dan de verduurzaming van het energiesysteem. In de VS worden geplande sluitingen van kolencentrales uitgesteld om de extra vraag te kunnen opvangen”, aldus Lewis.
“Stroomschaarste, beperkte netaansluitingen en vergunningstrajecten die steeds langer duren, gaan dus steeds vaker de doorslag geven bij beleggingsbeslissingen. Daarmee verschuift de kans op het hoogste rendement van schaalgrootte naar schaarste. Datacenters met toegang tot bestaande netcapaciteit en die binnen bestaande ruimtelijke ordeningsplannen en de omgevingswet vallen, winnen daardoor aan waarde. Geheel nieuwe projecten komen immers steeds lastiger van de grond”, stelt Marshall.
De boodschap van DWS is helder: het grootste risico voor beleggers ligt niet bij de aanhoudende vraag naar datacenters, maar bij verkeerde aannames over toekomstige waarderingen vooral van de hyperscales. “In een markt waarin energie, infrastructuur en ruimte keiharde randvoorwaarden vormen, vraagt dat om terughoudendheid en kapitaaldiscipline van beleggers”, besluit Marshall.



