Met een aan euforie grenzend optimisme nam 2026 een vliegende start. Beleggers waren unaniem positief in hun vooruitzichten voor de wereldeconomie en dreven de aandelenmarkten naar telkens nieuwe records. De steile opmars van 2025 zette zich niet alleen voort, maar schakelde zelfs een tandje bij. De Zuid-Koreaanse aandelenmarkt, bijvoorbeeld, die in 2025 al bijna 80% hoger was gekoerst, boekte alleen al in januari nog eens 24% winst. Edelmetalen lokten na een uitzonderlijk jaar steeds meer speculanten, waardoor in de eerste weken van het jaar de goudprijs tot 25% aandikte en zilver 63% duurder werd, stelt Enguerrand Artaz, strategisch analist bij La Financière de l’Échiquier (LFDE).
Tegelijk gaven heel wat indicatoren aan dat het marktsentiment overdreven optimistisch was en beleggers bijzonder agressief gepositioneerd waren. En dat aan het begin van een jaar vol potentiële voetangels na drie jaar van onafgebroken stijging.
De afgelopen dagen lijkt de rede echter terug te keren – soms behoorlijk bruusk. Zo leidde de extreem hoge hefboom waarmee op de zilverprijs werd gespeculeerd tot een versnelde terugval van bijna 40% in enkele dagen tijd. Zuid-Korea ging twee keer zwaar onderuit, zelfs in die mate dat op 2 februari het ‘sidecar’-mechanisme werd geactiveerd, waarmee bij hevige schommelingen de uitvoering van orders enkele minuten wordt opgeschort om de markt te stabiliseren. Ook bepaalde segmenten van de Amerikaanse markt ondergingen fikse correcties, zoals de aandelen van verlieslatende technologiebedrijven, die hun sterke opmars sinds begin dit jaar in enkele etmalen volledig zagen verdampen.
Indrukwekkende bedragen
In het spoor van die volatiele koersen borrelden ook fundamentelere bekommernissen op, in de eerste plaats over de vele investeringen in AI. Dat eerst Microsoft en vervolgens Alphabet bij de publicatie van de kwartaalresultaten voor 2026 veel hogere investeringen in het vooruitzicht stelden dan algemeen werd verwacht, verontrustte beleggers. Net op een moment waarop de bezorgdheid daarover, die afgelopen najaar de kop had opgestoken, leek te zijn weggeëbd. Het gaat dan ook om indrukwekkende bedragen. De Amerikaanse techreuzen kondigden maar liefst 660 miljard dollar aan AI-investeringen aan, 60% meer dan in 2025. Dat doet opnieuw de vraag rijzen of al die investeringen wel ooit winst zullen opleveren en of de sector zijn marges op peil zal kunnen houden, zeker gezien de moordende concurrentie tussen de grote taalmodellen.
Een hele reeks slechte cijfers over de werkgelegenheid in de VS, waaronder een forse afname van het aantal vacatures volgens de JOLTS-peiling en de slechtste maand januari ooit op het gebied van banenverlies volgens het rapport van Challenger, Gray & Christmas, legde bovendien opnieuw de vinger op de zere plek van de Amerikaanse economie. Het dominante discours over de Amerikaanse arbeidsmarkt, dat met een anafoor valt samen te vatten als ‘low hiring, low firing’’, blijft tot nader order opgaan, want er worden nog steeds heel weinig nieuwe werkloosheidsuitkeringen aangevraagd. Toch begint dat devies door de opeenvolging van slechte cijfers en aangekondigde ontslagrondes stilaan barsten te vertonen.
Gretigheid
Dat beleggers na de correctie van al te euforische koersontwikkelingen weer met beide voeten op de grond staan en opnieuw oog hebben voor enkele fundamentele aandachtspunten, valt in wezen toe te juichen. Het grootste gevaar heerst op de financiële markten altijd wanneer elementaire rationaliteit wordt verdrongen door gretigheid. Een snelle rechtzetting van wat is scheefgegroeid is dan ook het beste scenario, omdat de markten daarna hun gestage klim rustig kunnen hervatten.



