AI beloofde ontwrichting, maar weinigen hadden verwacht dat die zo snel zou komen, stelt Madison Faller, Global Investment Strategist, J.P. Morgan Private Bank.
Vorige week duwde het nieuws over nieuwe AI-tools softwareaandelen in een bearmarkt. Dat wakkerde de vrees aan dat complete verdienmodellen van de ene op de andere dag onderuit kunnen gaan. De druk hield daar niet op. Beleggers legden ook de recorduitgaven van big tech onder het vergrootglas: vier van de grootste technologiebedrijven kondigden voor 2026 samen meer dan $600 mrd aan kapitaaluitgaven aan, 70% meer dan vorig jaar. Maar beleggers reageerden negatief waardoor de ‘Magnificent 7’ zijn slechtste beursweek in bijna een jaar beleefde.
Toch was de terugslag niet overal even groot. Terwijl software en enkele van de grootste techbedrijven klappen kregen, schoten hardwareproducenten en toeleveranciers van apparatuur, die als de ruggengraat van de AI-boom worden gezien, juist omhoog; sommige boekten zelfs tweecijferige koerswinsten. Intussen voltrekt zich een bredere verschuiving in marktleiderschap.
AI hervormt zijn eigen sector
In slechts enkele weken hebben toonaangevende AI-bedrijven nieuwe modellen en functies uitgerold waarmee gebruikers code kunnen genereren en complexe taken kunnen automatiseren met alledaagse taal en eenvoudige prompts. Dat opent nieuwe mogelijkheden voor productiviteit en efficiëntie, maar dwingt traditionele softwareaanbieders ook hun aanbod en propositie te herzien. In plaats van uitsluitend andere sectoren te ontwrichten, jaagt AI nu verandering aan binnen de eigen gelederen.
De markt bepaalt wie toekomstige winnaars en verliezers zijn
AI ontwricht niet alleen de hele software-industrie, maar maakt ook slachtoffers in sectoren die als AI-winnaars worden gezien. De markt is namelijk bezig uit te zoeken wie straks leidt en wie achterblijft. Bedrijven met duidelijke, winstgevende groei worden beloond, ondernemingen met onzekere rendementen of zware investeringen worden afgestraft. Dat verklaart waarom ook de enorme investeringsplannen van de Magnificent 7 onder een vergrootglas liggen. Beleggers vragen zich af welke bedrijven die uitgaven daadwerkelijk kunnen omzetten in duurzaam leiderschap.
Selectiever worden is gezond, maar deze herwaardering brengt ook een risico mee. De tien grootste techbedrijven zijn onderling sterker gecorreleerd dan vrijwel elke andere sector. Omdat deze aandelen zo zwaar wegen in de S&P 500 index, kan een gezamenlijke beweging, vooral omlaag, een buitenproportioneel effect hebben op de bredere index.
Kijk voorbij de volatiliteit
De recente aandelenverkopen hebben de waarderingen van softwarebedrijven stevig omlaaggedrukt. De enterprise value-to-sales ratio van de sector, een maatstaf voor wat beleggers willen betalen voor een dollar aan omzet, is terug op het niveau van eind 2022, toen de recessievrees op zijn hoogtepunt was.
Sceptici kunnen stellen dat deze terugval wijst op tragere groei en lagere langetermijnwaarde voor software. Maar zowel het macroperspectief als de bedrijfsspecifieke onderbouwing van de AI-revolutie wijst op iets anders.
De toekomst van AI blijft afhankelijk van fysieke infrastructuur: chips, elektriciteit, koeling en netwerken. Nieuwe leiders kunnen opstaan onder de bedrijven die die ‘essentials’ leveren. Tegelijk is de software-sell off een herinnering dat het draait om focus. Wie de nieuwste AI-doorbraken ziet als een nieuwe realitycheck binnen een langdurige revolutie, kan de lagere waarderingen van nu ook als kans beschouwen, zeker bij ondernemingen met sterke concurrentievoordelen.
Ook de macrologica achter AI blijft volgens deze visie sterk. AI verandert fundamenteel hoe we leven en werken. Het staat nog vroeg in de ontwikkeling, maar S&P 500-bedrijven die AI adopteren zien hun marges nu al 2 tot 3 procentpunt sterker oplopen dan de index en bedrijven die AI niet omarmen.
Wat dit betekent voor beleggers
De recente koersbewegingen leggen niet alleen het ontwrichtingsrisico bloot, maar ook de ruimte voor aanpassing en groei naarmate de AI-revolutie doorzet. De overgang kan tot meer volatiliteit en verschuivende sectorvoorkeuren leiden, maar een gezonde correctie kan overtollige lucht uit de markt laten lopen en tegelijk nieuwe kansen zichtbaar maken.
Faller concludeert dat er binnen het bredere AI-ecosysteem nog altijd kansen voor beleggers liggen: van grote, gevestigde spelers tot chipproducenten en een selecte groep softwarebedrijven. De sleutel is te kiezen voor ondernemingen met een duurzaam verdienvermogen en een sterke concurrentiepositie – bedrijven die veranderingen kunnen opvangen, verstandig investeren en dat ook vertalen in resultaten.



