Wat als het grootste risico voor financiële markten op dit moment niet de oorlog met Iran zelf is, maar de manier waarop beleggers daarop reageren? Geopolitieke spanningen gaan vaak gepaard met plotselinge en emotioneel gedreven koersbewegingen. Op het moment zelf lijkt een logische reactie, maar het kost beleggers achteraf vaak veel geld, stelt strateeg Benoit Anne van vermogensbeheerder MFS.
De recente bewegingen op de energiemarkt illustreren dat goed, aldus Anne. ”In het nieuws gaat de aandacht vooral uit naar de actuele olieprijs. De termijnmarkten schetsen echter een genuanceerder beeld. De oliecurve staat nog altijd in backwardation: contracten voor levering op korte termijn liggen hoger dan contracten voor latere levering. Zelfs nadat de prijs kort boven de $100 per vat uitkwam, liep vooral het korte deel van de curve op, terwijl latere looptijden veel rustiger bleven. Dat wijst erop dat markten de oorlog voorlopig zien als een verstoring van het aanbod, niet als een blijvende omslag in de grondstoffenmarkt.”
Dat verschil is belangrijk, stelt Anne. Een langdurige energieschok, waarbij hoge prijzen aanhouden en de curve vlakker wordt, zou economische groei, inflatie en bedrijfswinsten zwaarder onder druk zetten. “Daar rekenen energiemarkten op dit moment dus niet op.” Hoewel energie de meest zichtbare schakel vormt, ontstaan vergelijkbare spanningen ook bij andere strategische grondstoffen, zoals chemicaliën en kunstmest. Daarom loont het om niet alleen naar krantenkoppen te kijken, maar ook naar de signalen uit de termijnmarkten.
Niemand weet hoe en wanneer deze oorlog eindigt. Belangrijker is een andere vraag: niet wat deze oorlog op zich betekent, maar welke ontwikkelingen erdoor sneller gaan of afgeremd worden, aldus de strateeg. “Al vóór de oorlog met Iran veranderden verschillende zaken het beleggingslandschap. Denk aan de investeringsgolf in AI, de U-bocht die globalisering heeft gemaakt en inflatie en rente die op een hoger niveau blijven.”
Die ontwikkelingen verdwijnen niet helemaal wanneer het nieuws verschuift naar een ander onderwerp. Daar is AI een goed voorbeeld van. De vraag naar rekenkracht voor training en toepassingen groeit enorm bij grote technologiebedrijven, ondernemingen en consumentendiensten. Dat onderstreept het langetermijnpotentieel van deze technologie, aldus Anne. “Maar brede toepassing betekent niet automatisch dat beleggers ook goede rendementen behalen. Het opbouwen van AI-capaciteit vergt grote investeringen, vaak lang voordat stabiele kasstromen in beeld komen.”
Daardoor groeit het verschil tussen bedrijven, aldus Anne. Een kleine groep profiteert, terwijl voor veel ondernemingen AI vooral een noodzakelijk en duur kwaad is. In zo’n klimaat wegen uitvoering, financiële ruimte en het vermogen om rendement te behalen die boven de kapitaalkosten uitstijgen, zwaarder dan ooit. “Wanneer de oorlog uit het nieuws verdwijnt, richten markten hun aandacht weer het volgende onderwerp. Op de langere termijn hangt het resultaat veel minder af van het voorspellen van krantenkoppen en veel meer van discipline, overzicht en aandacht voor wat in de loop van de tijd waarde opbouwt.”



