De een ligt bij een koersdip ‘s nachts in bed te woelen, de ander slaapt als een roos. Volgens Wim van Zwol, hoofd Benelux en Nordics bij Vanguard, is het bij beleggen belangrijk te weten hoeveel risico je aankunt. “Dan kan je een portefeuille samenstellen waarbij je je prettig voelt en voorkom je slapeloze nachten.”
Markten bewegen nu eenmaal op en neer. Als het goed gaat willen beleggers nog wel eens meer risico nemen. Maar als koersen dalen, slaat de stress toe. Dat leidt vaak tot op een hoog punt kopen, en laag verkopen, terwijl het tegenovergestelde op de lange termijn juist beter is. Het is goed om van jezelf te weten of je het hoofd koel houdt als de markt beweegt.
Naast risicobereidheid speelt ook mee hoeveel verlies je je kunt veroorloven. Sta je op het punt om met pensioen te gaan, dan heb je minder tijd om een verlies goed te maken dan iemand die nog tientallen jaren te gaan heeft. Ook is het belangrijk te kijken naar je financiële doelen. Heb je het geld over drie of vier jaar nodig voor een grote aankoop, dan is het slimmer om minder risico te nemen.
De juiste balans
Wat betekent dit concreet voor je beleggingen? In grote lijnen komt het neer op de juiste balans vinden tussen aandelen en obligaties. Aandelen leveren historisch gezien meer op, maar schommelen ook meer. Obligaties zijn daarentegen vaak stabieler, maar het rendement is dan vaak weer lager.
Als je belegt voor de lange termijn en wel tegen een beetje risico kan, kun je bijvoorbeeld kiezen voor een portefeuille met 80% aandelen en 20% obligaties. Wie wat voorzichtiger is, komt eerder uit op een verdeling van 60/40. Je beleggingen spreiden is hoe dan ook altijd verstandig. Dus niet alles in één sector, land of bedrijf stoppen, maar je geld verdelen. Zo worden tegenvallers op de ene plek hopelijk opgevangen door meevallers elders.
Kortom: een goede beleggingsstrategie begint bij jezelf. Hoeveel risico kun je aan, financieel én mentaal? Wie dat voor zichzelf helder heeft, slaapt ’s nachts een stuk beter.



