Een viertal specialisten van verschillende boutiques van BNY Mellon kijkt vooruit naar het potentieel dat de vier grootste economieën ter wereld gemeten naar koopkracht bezitten. Hoe kunnen deze economieën zich ontwikkelen in de komende twaalf maanden en wat zijn de implicaties daarvan voor beleggers?
Simon Cox (BNY Mellon Investment Management), Charles Cook (The Boston Company), Gaurav Patankar (The Boston Company) en Miyuki Kashima ( BNY Mellon Asset Management) zijn gematigd optimistisch over de groei van de wereldeconomie in 2016.
Als de G4 (China, de VS, India en Japan) veerkracht tonen, dan kan de wereldeconomie omhoog kruipen uit het dal dat beleggers bij de start van dit jaar zo veel zorgen heeft gebaard.
China
China kan een sterkere groei in 2016 laten zien, dankzij stimulerend begrotingsbeleid, meent Cox. Er bestaat natuurlijk wel het gevaar dat hierdoor de overcapaciteit nog verder wordt uitgebreid. Die overcapaciteit is echter niet overal in de Chinese economie aanwezig, integendeel. De bulk van de overcapaciteitsproblemen concentreert zich volgens hem in vijf zware industrieën.
“De overheid kan echter de vraag aanjagen en tegelijkertijd de overcapaciteit aanpakken door niet meer blind te investeren in overtollige fabrieken en smelterijen. China lijkt daarnaast het hoogtepunt van de overcapaciteit te naderen. China’s pogingen om de overcapaciteit terug te dringen zal met pijnlijk zijn voor de metalen- en materialensector, evenals voor de banken die hierin geïnvesteerd hebben.”
Verenigde Staten
De Amerikaanse economie zal blijven groeien in een gematigd tempo, voorspelt Cook. In de tweede helft van 2015 bedroeg de groei 2%/ In 2016 zou die groei nog hoger kunnen zijn. “Er is nog veel stimulans in de economie, die nog niet echt wordt gevoeld. Een sterke arbeidsmarkt, een laag niveau van consumentenschuld en lage energieprijzen geven consumenten de vuurkracht om hun opgehoopte vraag voor huizen, auto’s en andere producten en diensten te bevredigen.”
Dat geeft een optimistische verwachting voor Amerikaanse aandelen, zo meent Cox. Hij schat in dat robuuste economische groei uiteindelijk zal leiden tot hogere rentetarieven, ook al is er sprake van een geleidelijke monetaire verkrapping. De dollar zal naar zijn zeggen ook verder aantrekken en daarmee de bedrijfswinsten van Amerikaanse multinationals uithollen.
India
Patankar meent dat de groei die India laat zien is ongeëvenaard. Het land profiteert van de lage olieprijzen. Het handels- en begrotingstekort zien er te snel te rooskleurig uit. Er is nu minder macro-economische urgentie voor politici om hervormingsmaatregelen te treffen. Twee grote hervormingen staan op het lijstje voor dit jaar.
“De publieke bankensector moet gezond worden gemaakt en de lang verwachte btw-invoering moet de lapjesdeken aan belastingen vervangen. Premier Modi heeft politiek zoveel ingezet op deze maatregel, dat hij niet meer terug kan. De vooruitzichten voor groei en hervormingen in India zijn positief. De markt prijst ze in alsof super zijn, alsof alles top is, maar dat komt vooral omdat het overal elders kommer en kwel is.”
Japan
Japan is een land dat een geweldige publieke schuld met zich meetorst, maar aan de andere kant over een enorme nationale welvaart beschikt, geeft Kashima aan. “Dat de groei van het bbp vlak is, betekent niet dat de reële groei zwak is. Chronische deflatie heeft ervoor gezorgd dat de bbp niet van zijn plek is gekomen.”
Aan de stagnatie lijkt nu een eind te komen. Worden energie en voedsel weggelaten uit de inflatiecijfers, dan blijken de prijzen sinds de invoering van Abenomics gestaag gestegen te zijn. De positieve ontwikkelingen in het nominale bbp vertalen zich in de optiek van Kashima nog niet in een overtuigende loonstijging. “Bedrijfswinsten zijn wel fors gestegen sinds premier Abe aan de macht is. Er is nog steeds een fors verschil tussen waar de aandelenmarkt nu is en waar die potentieel naartoe kan.”
Tot besluit
De laatste jaren viel de economische groei structureel tegen. Verwachtingen moesten steeds neerwaarts worden bijgesteld. Als de G4-landen de groei van de wereldeconomie op een hoger plan kunnen trekken, dan kan dat een positief effect hebben op de aandelen- en obligatiemarkten. Als het vertrouwen dat de vier specialisten uitspreken werkelijkheid wordt, dan kan 2016 wel eens een stuk beter eindigen dan dat het begonnen is.
Een groeiversnelling betekent echter niet automatisch een beter beleggingsrendement. Er is volgens de genoemde experts zelfs bewijs voor een negatieve correlatie tussen aandelenrendement en de actuele groei, omdat aandelenmarkten toekomstige groei inprijzen. Maar aandelenmarkten kunnen wel positief reageren op onverwachte groeiverrassingen.



