Door de oorlog in Iran schieten de energieprijzen omhoog. Op korte termijn neemt het risico toe dat de inflatie weer zal stijgen. Wat zegt de ECB hierover, vraagt Julian Marx, onderzoeksanalist bij Flossbach von Storch, zich af.
Centrale bankiers doen tijdens hun persconferenties veel uitspraken. In de regel zijn die niet erg concreet, althans als ze betrekking hebben op de toekomst. Soms blijken hun voorspellingen echter juist te zijn. Zo zei Philip Lane, hoofdeconoom bij de Europese Centrale Bank (ECB), aan het begin van het jaar dat de belangrijkste kortetermijnrisicofactoren voor de inflatie in de eurozone voornamelijk van externe aard waren. Op een nogal abstracte manier wees hij in dit verband ook op verhoogde geopolitieke spanningen. Hij had waarschijnlijk niet verwacht dat dergelijke spanningen slechts enkele weken later zouden uitmonden in een concreet inflatierisico.
Daardoor is de verwachting die de ECB aan het begin van het jaar had uitgesproken – dat niemand grote schommelingen in de rente hoefde te verwachten – sneller dan verwacht door de realiteit ingehaald. De markt heeft al rekening gehouden met een of twee renteverhogingen voor dit jaar. Voorlopig reageert de ECB echter niet en laat zij de basisrente ongewijzigd op 2,0 procent.
Veel vraagtekens in het begin
In de donderdag gepubliceerde macro-economische prognoses gaan de medewerkers van de ECB in het basisscenario uit van een inflatie van 2,6 procent dit jaar, terwijl zij in december nog uitgingen van 1,9 procent. Voor de kerninflatie verwachten zij een percentage van 2,3 procent in 2026, een stijging ten opzichte van 2,2 procent in december. In dit opzicht weerspiegelen de prognoses al duidelijk de toegenomen opwaartse risico’s voor de inflatie. Ongeacht de prognose zijn er echter ook goede redenen om voorzichtig te zijn. Een aspect is dat prognoses in dergelijke onzekere situaties een twijfelachtige leidraad kunnen worden. De ECB, die vroeger veel vertrouwen stelde in modellen, heeft dit enkele jaren geleden op de harde manier moeten leren, zoals het jaar 2022 met zijn hoge inflatie heeft aangetoond. Nog in september 2021 voorspelde de ECB een inflatie van 1,7 procent voor 2022. In december 2021 was dit gestegen tot 3,2 procent, waarna het basisscenario in maart 2022 een inflatie van 5,1 procent voorspelde. Na een geschatte 6,8 procent in juni 2022 bereikte het cijfer uiteindelijk een duizelingwekkende 8,4 procent.
Pandemie
Als de economie niet soepel draait, zijn aanzienlijke loonsverhogingen om de door de olieprijs gedreven inflatie te compenseren geenszins vanzelfsprekend. Bedrijven hebben immers zelf al te maken met stijgende energiekosten, wat de manoeuvreerruimte van werkgevers bij loononderhandelingen beperkt. De positieve interpretatie van deze situatie zou echter zijn dat de door de olieprijs gedreven inflatie relatief snel weer normaal zou kunnen worden als er geen significante tweede-ronde-effecten, zoals aanzienlijke loonsverhogingen, optreden.
Het werk gaat vanzelf
Dit is een fenomeen dat we al kennen uit de fase van hoge inflatie in 2022. Toen de ECB in juli 2022 voor het eerst de basisrente verhoogde, waren de rentetarieven op tienjarige bouwleningen in Duitsland al gestegen van ongeveer één procent aan het begin van het jaar tot ongeveer drie procent. In dit licht bezien, lost het werk van monetaire beleidsmakers in de vroege stadia van verhoogde inflatierisico’s zich vaak vanzelf op. Dit is nog een reden waarom er vanuit monetair-beleidsmatig perspectief in de huidige situatie weinig aanleiding is om overhaast tot mogelijke renteverhogingen over te gaan.
Een moeizame weg
De blokkade van de Straat van Hormuz door Iran belast de wereldeconomie met weer een nieuwe aanbodschok. Nog maar een paar jaar geleden waren het problemen in de toeleveringsketen in de nasleep van de coronapandemie en stijgende energieprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne die het aanbod van goederen tijdelijk beperkten. Vooruitkijkend zijn het wellicht de toegenomen misoogsten, als gevolg van hitte of zware regenval, die de voedselvoorziening onder druk kunnen zetten.
De complexe mix van factoren maakt het monetaire beleidspad vandaag en in de komende jaren iets minder voorspelbaar. Dit komt doordat het monetaire beleidsklimaat simpelweg zeer snel kan veranderen. Gezien de verminderde “voorspelbaarheid” is het niet meer dan logisch dat de ECB ervan afziet om zich vooraf vast te leggen op een specifiek rentepad, maar in plaats daarvan de gegevens voortdurend beoordeelt. In dit opzicht zullen de komende weken de Raad van Bestuur van de ECB meer duidelijkheid verschaffen om adequaat te kunnen reageren op de huidige uitdagingen.



