Door de snelle stijging van energieprijzen komen centrale banken wereldwijd in een lastig parket terecht. Dat zegt Jack Janasiewicz, portfoliomanager bij Natixis Investment Managers Solutions. De inflatierisico’s nemen toe terwijl de economische groei afzwakt, waardoor beleidsreacties steeds complexer worden. Een analyse van de verschillende beleidsreacties van de Federal Reserve, de Europese Centrale Bank en de Bank of Japan.
De recente rally in energieprijzen zet centrale banken opnieuw onder druk. Hogere olie- en gasprijzen jagen de inflatie aan, terwijl ze tegelijkertijd de groei temperen. Dit dwingt beleidsmakers tot lastige afwegingen, waarbij vooral verschillen in mandaat en uitgangspositie bepalend zijn voor de beleidsrichting. De drie grootste centrale banken, de Fed, de ECB en de BoJ, staan daarbij voor uiteenlopende uitdagingen.
Federal Reserve: balans tussen inflatie en arbeidsmarkt
De Federal Reserve opereert met een unieke dubbele doelstelling: prijsstabiliteit én volledige werkgelegenheid. Deze twee pijlers kunnen in tijden van aanbodschokken onder spanning komen te staan. Terwijl de Fed zich zorgen maakt over oplopende inflatieverwachtingen door hogere energieprijzen, verzwakt tegelijkertijd de Amerikaanse arbeidsmarkt. De banengroei neemt af en de stijging van reële lonen matigt.
Markten hebben hun rentevisie inmiddels aangepast: waar in 2026 nog renteverlagingen werden verwacht, gaan beleggers nu pas in de zomer van 2027 uit van een eerste verlaging. Het pad van ‘verlaging naar pauze’ verloopt geleidelijk, maar een beweging van ‘pauze naar verhoging’ is abrupt. Omdat de huidige inflatie vooral wordt gedreven door een aanbodschok, zou agressief verkrappen de economie onnodig schaden.
De Fed lijkt daarom te kiezen voor afwachten. Door hogere energieprijzen het werk te laten doen via vraagvernietiging, hoopt de centrale bank dat de inflatiedruk op langere termijn vanzelf afneemt. Dat vergroot het risico mee dat inflatieverwachtingen minder stevig verankerd raken, maar de Fed lijkt dit risico te aanvaarden om te voorkomen dat hogere rentes de arbeidsmarkt te hard treffen.
Bank of Japan: op koers ondanks energie-onzekerheid
In Japan is het beeld heel anders. De marktverwachtingen voor de beleidsrente zijn na de spanningen in het Midden-Oosten nauwelijks veranderd. Beleggers rekenen dit jaar nog altijd op twee renteverhogingen. De Japanse economie kent bovendien een relatief sterke uitgangspositie. Het ruime begrotingsbeleid van de regering-Sanae Takaichi ondersteunt de binnenlandse vraag en dempt zo de impact van hogere energiekosten.
Omdat de verwachtingen voor het BoJ-beleid sinds februari nauwelijks zijn verschoven, blijft de centrale bank volgens analisten vasthouden aan het bestaande pad van geleidelijke verkrapping. De huidige energieprijsstijging lijkt vooralsnog geen aanleiding voor beleidswijzigingen.
ECB: neiging tot snelle reactie op inflatierisico’s
Voor de Europese Centrale Bank is het beeld complexer. Europa is bijzonder kwetsbaar voor verstoringen in de energievoorziening, waardoor hogere prijzen zowel de aanbod- als de vraagzijde raken. Dit leidt tot een verslechtering van de ruilvoet en een aantasting van de koopkracht voor de Europese economieën.
De Europese Centrale Bank reageert historisch sneller op inflatierisico’s dan op groeirisico’s, mede omdat werkgelegenheid geen expliciet onderdeel is van haar mandaat. Tijdens de meest recente vergadering liet president Lagarde doorschemeren dat de bank klaarstaat om te verhogen. De discussie binnen de raad lijkt zich te verplaatsen van ‘in een goede positie’ naar ‘een goed vertrekpunt’, wat duidt op een verkrappingsbias.
De markt prijst inmiddels bijna drie renteverhogingen in tot eind 2026. De Europese economie groeit zwak en de inflatieverwachtingen zijn weliswaar stabiel, maar de ECB lijkt duidelijk meer geneigd om opwaartse inflatierisico’s voorrang te geven.
Conclusie
Door de uiteenlopende mandaten en economische omstandigheden ontstaat een duidelijke differentiatie in het monetaire beleid. De Federal Reserve kiest waarschijnlijk voor een afwachtende houding, balancerend tussen inflatie en arbeidsmarkt. De Europese Centrale Bank stuurt aan op verdere renteverhogingen, gedreven door een sterke reactie op inflatiedruk. De Bank of Japan houdt vast aan een geleidelijke verkrapping.
De grootste verschuiving ten opzichte van eerdere verwachtingen ligt daarmee bij de Europese Centrale Bank, wat kan leiden tot relatief krappere financieringsvoorwaarden in Europa.



