Duurzaam beleggen heeft in 2025 een duidelijke draai gemaakt. Waar ESG in de jaren ervoor regelmatig werd neergezet als een ‘morele’ keuze en daarmee een makkelijke prooi werd in een steeds gepolariseerder politiek debat, schoof de focus volgens vermogensbeheerder Schroders richting langetermijnwaardecreatie, risicobeperking en aantoonbare impact. Institutionele beleggers hielden daarbij in meerderheid vast aan hun duurzaamheidsambities, maar vroegen wel nadrukkelijker om bewijs: werkt het, tegen welke kosten, en met welke risico’s?
Die verschuiving is zichtbaar in meerdere thema’s: van de discussie over rendement en impact, via de toenemende aandacht voor fysieke klimaatrisico’s en klimaatadaptatie, tot het in kaart brengen van natuurgerelateerde afhankelijkheden en een hernieuwde nadruk op actief eigenaarschap. ‘Duurzaam’ is minder een label geworden en meer een set meetbare keuzes, zo is de teneur.
Rendement én impact: hardnekkig misverstand onder druk
Een belangrijke bouwsteen onder die verschuiving is onderzoek dat het klassieke spanningsveld tussen impact en rendement nuanceert. In een gezamenlijk onderzoek van Schroders en Oxford University Business School werden in 2025 meer dan 250 beursgenoteerde bedrijven onderzocht. De uitkomst ondermijnde het hardnekkige idee dat impactbeleggen per definitie ten koste gaat van performance. Volgens de onderzoekers lieten impactportefeuilles concurrerende absolute én risico-gecorrigeerde resultaten zien ten opzichte van brede, ‘ongebonden’ mandaten.
Voor beleggers die onder druk staan om zowel rendement als maatschappelijke resultaten te leveren – denk aan pensioenfondsen, verzekeraars en grote stichtingen – is dat een relevant signaal. Het verschuift de discussie van ‘of’ naar ‘hoe’: welke impactdoelen zijn realistisch, welke metrics zijn robuust, en hoe voorkom je dat impact een marketingterm wordt.
Schroders geeft aan dit onderzoek te hebben uitgebreid richting private markten, met bijzondere aandacht voor private equity en infrastructure debt. Dat past bij een bredere trend: steeds meer impactkapitaal verschuift naar niet-beursgenoteerde markten, waar investeerders dichter op de assets zitten en sturingsmogelijkheden groter zijn, maar waar transparantie en meetbaarheid juist weer lastiger zijn.
Klimaat: doelen uit zicht, druk op portefeuilles neemt toe
Tegenover de toenemende vraag naar meetbaarheid staat een harde realiteit: de wereld ligt niet op koers voor de klimaatdoelen. Het World Resources Institute concludeerde vorig jaar dat geen van de 45 belangrijkste wereldwijde klimaatindicatoren momenteel op schema ligt om de 2030-doelen te halen die passen bij het 1,5°C-pad. Dat oordeel weerspiegelt de politieke onzekerheid en de uiteenlopende nationale benaderingen van de transitie naar een koolstofarme economie.
Voor beleggers vertaalt die kloof zich niet alleen in reputatierisico, maar ook in financieel risico. Regulering kan aanscherpen of juist versnipperen; koolstofprijzen kunnen schokken vertonen; verwachtingen van stakeholders lopen op; en tegelijk liggen er kansen die nog onvoldoende worden benut. Volgens Schroders blijven de duurzaamheidsambities van veel klanten vooral rond klimaat draaien. De invulling loopt uiteen: van het terugdringen van de CO2-voetafdruk van de portefeuille (decarbonisatie) en transitiegericht beleggen tot gerichte beleggingen in klimaatoplossingen.
In die context wordt klimaat niet langer uitsluitend als ‘transitierisico’ benaderd (beleid, technologie, marktdynamiek), maar steeds nadrukkelijker als ‘fysiek risico’: wat gebeurt er met assets en cashflows als extreem weer frequenter en ernstiger wordt?
Fysieke klimaatrisico’s: van abstract naar asset-specifiek
Fysieke klimaatrisico’s zijn in 2025 nadrukkelijker op de agenda gezet. De toegenomen frequentie en ernst van extreem weer, en het groeiende besef van directe financiële gevolgen, duwen dit thema naar de voorgrond. Tegelijk is de modelwereld volwassener geworden: klimaatanalyses maken fijnmaziger modellering mogelijk van locatie- en assetspecifieke risico’s. Maar die verfijning komt met een kanttekening: er bestaan nog altijd wezenlijke verschillen tussen modelleveranciers, waardoor uitkomsten uiteen kunnen lopen.
Schroders breidde in 2025 zijn analysekader voor fysieke klimaatrisico’s uit binnen de pijlers infrastructuur en vastgoed. Asset-specifieke ramingen van toekomstige verliezen werden verdiept, en er werden beheerplannen ontwikkeld voor adaptatie en veerkracht van infrastructuur. Het is een signaal dat het gesprek verschuift van scenario’s op wereldschaal naar beslissingen op assetniveau: welke locaties zijn kwetsbaar, welke investeringen zijn nodig, en hoe wordt dat gefinancierd?
Een kernonderdeel van adaptatie is daarbij niet alleen fysieke weerbaarheid, maar ook financiële veerkracht: het vermogen van burgers, bedrijven en overheden om klimaatschokken op te vangen en te herstellen. Dat raakt aan de vraag wie het risico draagt en via welke markten.
Klimaatadaptatie en ILS: verzekerbaarheid wordt een beleggingsvraag
Een voorbeeld van financiële veerkracht zijn zogeheten insurance-linked securities (ILS): beleggingsinstrumenten die gekoppeld zijn aan verzekeringsrisico’s en een aanvullende buffer bieden naast de risicodraagkracht van (her)verzekeraars. In een wereld waarin verzekerbaarheid onder druk kan komen door hogere schadelast, wordt de vraag naar alternatieve risicodragers groter.
Voor beleggers is dat een dubbel verhaal. Enerzijds kan ILS diversificatie bieden en bijdragen aan het absorberen van klimaatschokken. Anderzijds vereist het een scherp begrip van modelrisico, correlaties en de mogelijke toename van ‘tail risks’. De politieke discussie over klimaat wordt daarmee vertaald naar een financiële vraag: hoe blijft risico verzekerbaar, en tegen welke prijs?
Natuur: van klimaat naar biodiversiteit en ontbossing
Waar klimaat al jaren centraal staat, schoof in 2025 ook het thema ‘Natuur’ nadrukkelijker naar voren. Schroders sloot zich in 2024 aan bij de ‘Early Adopters’ van de Taskforce on Nature-related Financial Disclosures (TNFD) en publiceerde in 2025 zijn eerste TNFD-conforme Naturerapport, dat zowel publieke als private assets omvat. Daarmee wil Schroders de natuurgerelateerde impact en afhankelijkheden inzichtelijk maken, inclusief een specifieke beoordeling binnen private markets.
Ontbossing kwam daarbij naar voren als belangrijk focusgebied. Schroders bouwt voort op een toezegging uit 2021 om ontbossing door landbouwgrondstoffen met bosrisico aan te pakken. In 2025 is een proces ontwikkeld en geïmplementeerd om private investeringen met mogelijke blootstelling aan zulke grondstoffen te identificeren, zodat verscherpte due diligence kan plaatsvinden waar risico’s worden vastgesteld.
De verschuiving richting natuur is meer dan een extra ESG-hoofdstuk. Het raakt aan supply chains, landgebruik, grondstoffenprijzen en regelgeving. Voor beleggers betekent het dat ‘risico’ breder wordt: niet alleen CO₂-intensiteit, maar ook afhankelijkheid van ecosystemen kan bepalend zijn voor de houdbaarheid van businessmodellen.
Actief eigenaarschap: van intentie naar bewijs
Met meer aandacht voor meetbaarheid groeit ook de druk op actief eigenaarschap. Engagement en stembeleid zijn al jaren vaste onderdelen van ESG, maar beleggers willen steeds vaker zien wat het oplevert: welke doelen zijn gesteld, welke stappen zijn gezet, en welke resultaten zijn behaald?
Schroders publiceert jaarlijks een ‘Engagement Blueprint’ waarin de filosofie en aanpak van actief eigenaarschap per beleggingscategorie wordt vastgelegd, inclusief stakeholders en thematische speerpunten. In private assets ligt de nadruk op een combinatie van hands-on waardecreatie en verantwoord stewardship, met gerichte engagement en deelname aan sectorinitiatieven.
Eind 2025 zijn tracking en rapportage volgens Schroders verder gestandaardiseerd. Doel: cliënten meer transparantie geven over engagementresultaten én beter laten zien hoe allocaties naar private markten daadwerkelijk sturen op transitie- en impactdoelen. Daarmee verschuift stewardship van ‘we doen het’ naar ‘dit is het effect’.
Sociale veerkracht: ESG wordt breder dan milieu
De ESG-discussie kreeg in 2025 ook een sociaal accent. Met oplopende geopolitieke spanningen, inflatiedruk en demografische verschuivingen groeit de aandacht voor sociale veerkracht, zowel in risicobeheer als in beleggingsvehikels met sociale doelstellingen. Schroders wijst op strategieën rond onder meer financiële inclusie en betaalbaarheid in opkomende markten.
ESG als discipline: minder label, meer risicomanagement
De rode draad door 2025 is dat duurzaam beleggen minder een identiteitskwestie is geworden en meer een discipline van risicomanagement en kapitaalallocatie. Politieke polarisatie en macro-onzekerheid hebben de discussie niet stilgelegd, maar juist aangescherpt: toon aan wat je doet, waarom je het doet en wat het oplevert.
Voor beleggers betekent dat ook een professionaliseringsslag. Klimaat- en natuurdata worden complexer, modelverschillen vragen om kritisch toezicht, en ‘impact’ vraagt om heldere definities en meetmethoden. Wie duurzaam beleggen wil volhouden, zal het moeten kunnen uitleggen in dezelfde taal als rendement en risico. Dat lijkt precies de richting waarin de markt zich in 2025 bewoog.



