Na de dieptepunten van eind september schoten aandelen snel omhoog, maar begin deze week lasten de markten even een adempauze in. Tegelijk kwamen er uit de Verenigde Staten nog altijd gemengde macro-economische cijfers. De groei in het Verenigd Koninkrijk vertraagde licht, terwijl de indicatoren in de eurozone overwegend positieve verrassingen brachten. De kwartaalrapporten van bedrijven in de VS en de eurozone waren echter zwak. In onze asset allocatie sloten we de shortpositie in de euro versus de Amerikaanse dollar.
Er heerst bezorgdheid over de groei in de opkomende markten en de volatiliteit in de financiële markten, wat dalingsrisico’s voor de economie van de eurozone meebrengt. De Europese Centrale Bank (ECB) zal zich dus tijdens zijn beleidsvergadering van december opnieuw moeten buigen over de mate waarin deze zijn monetair beleid nog moet versoepelen. Alle uitkomsten zijn mogelijk, zelfs een verlaging van de depositorente onder het huidige peil van -2,0%.
Volgens ons is de kans groot dat de ECB zijn programma voor activa-aankopen in december zowel verlengt als versoepelt, mogelijk door meer typen van activa voor aankoop in aanmerking te nemen. De inflatie is te laag om echt gerust te stellen en bij hoge schuldniveaus kan een negatieve inflatie nefast zijn. Maar het programma verlengen en/of uitbreiden kan de geloofwaardigheid van de ECB een deuk geven als blijkt dat het aanbod van in aanmerking komende activa opdroogt nog voor de groei en inflatie opnieuw stijgen.
Renteverlaging China
De People’s Bank of China (PBoC) reageerde verrassend snel op de recentste teleurstellende economische indicatoren: vorig weekend al verlaagde ze de rente en de reservevereisten (RRR) voor banken. Die renteverlaging kwam er net voor de vijfde voltallige vergadering van de Communistische Partij, waarin de Chinese leiders bijeenkomen om de voornaamste economische en ontwikkelingsinitiatieven van de regering voor de volgende vijf jaar vast te leggen.
De Chinese regering is ontevreden over de economische ontwikkelingen. Het vertrouwen van de consument daalde in oktober naar een diepterecord en zowel de producentenprijzen als de bbp-deflator wijzen op deflatie. Voor bedrijven blijft de rente ondanks de renteverlaging hoog. Bovendien kijkt het land al tegen een schuldenberg aan, wat een domper kan zetten op de bereidheid en de haalbaarheid om de schulden met nog meer monetaire stimuleringsmaatregelen verder te laten stijgen.
Beleidsvergadering Fed
We verwachten niet dat de Federal Reserve tijdens haar beleidsvergadering deze week haar monetaire beleid verandert. De voorlopende economische indicator (LEI) van de Conference Board daalt al sinds begin dit jaar, ook in september. Uit de orders voor kapitaalgoederen blijkt dat bedrijven minder investeren. De samengestelde inkoopmanagersindex (PMI) van Markit daalde in oktober. Dat is al zo sinds maart en is vooral aan de dienstensector toe te schrijven, want de PMI van de maakindustrie steeg zelfs in oktober.
De Amerikaanse centrale bank moet het dus met gemengde cijfers doen. Volgens ons kan de Fed zich nog geen juist beeld vormen van de negatieve impact van de sterke dollar en de zwakke buitenlandse groei op de inflatie. De financiële voorwaarden, zoals de kredietspreads en de wisselkoers van de dollar, zijn niet verbeterd sinds de vergadering in september toen de Federal Reserve besliste om de rente niet te verhogen. Wil ze dat in december toch doen en wil ze volatiliteit vermijden, dan zal ze zich daar vroeg of laat duidelijker over moeten uitspreken, zodat de markten de renteverhoging vooraf kunnen inprijzen.
Japanse economie kwakkelt
We verwachten dat ook de Bank of Japan (BoJ) zijn monetaire beleid ongemoeid laat. De export en de industriële productie waren recent bescheiden tot uitgesproken zwak. Gemeten naar de voorlopende indicatoren en het consumentenvertrouwen kwakkelt de economie. De privébestedingen en de arbeidsmarkt verbeterden echter. Ook de kerninflatie trok recent aan.
De Japanse yen is nu zwakker dan precies een jaar geleden, toen de bank de markten verraste met een uitbreiding van zijn activa-aankopen. De impact op de yen van nog een uitbreiding zou dus kleiner zijn. Er is ook minder druk vanuit de regering. Een aantal ervaren adviseurs sprak zich uit tegen een uitbreiding van de kwantitatieve versoepeling. Bovendien toonden de beleidsmakers zich meer begaan met de gevolgen van een mogelijk zwakkere yen voor de koopkracht van de consument.



