Net als vele andere ontwikkelde economieën profiteert het Verenigd Koninkrijk van de daling van de grondstofprijzen die bovenop de herstellende werkgelegenheid en reële lonen komt. Dalende inflatie, deels als gevolg van de dalende olieprijs tot bijna 30 dollar, houdt de inflatiedruk binnen de perken en stelt de Bank of England (BoE) in staat de rente op een historisch laag niveau te houden.
De BoE is zeer recent meer dovish in zijn prognose geworden en zet zijn stimuleringsbeleid voort. In deze context verwacht Schroders voor het Verenigd Koninkrijk een bescheiden reële groei van het bbp in 2016 en 2017 van meer dan 2% gecombineerd met gematigde inflatie. Zorgenkindje sinds een aantal jaren is de Britse banksector, die zwaar op overheidssteun leunde tijdens de financiële crisis.
Hoewel het einde nog niet in zicht is, zijn Britse banken nu wel veel beter gekapitaliseerd, hebben ze meer liquiditeit en gaan ze voorzichtiger met kredietverstrekking om dan voorheen. Het vertrouwen in banken is aan de beterende hand en een aanzienlijk deel van de door de overheid overgenomen assets zijn inmiddels weer teruggegaan naar de private sector, waaruit blijkt dat private investeerders weer belangstelling hebben voor bankeffecten.
Reddingsboei
De overheidsbegroting van de Britten is nog altijd krap. Overheidsbudgetten staan onder druk, hoewel er wel ruimte is voor versoepeling op korte termijn. Het tekort op de lopende rekening en tekenen van oververhitting in bepaalde delen van de woningmarkt blijven risico’s vormen.
Het bewustzijn met betrekking tot deze issues (gezien de problemen in de laatste conjunctuurcyclus) is veel groter dan voorheen en actie wordt al ondernomen om deze problemen aan te pakken. Het Britse pond is natuurlijk een reddingsboei in het geval van problemen waarmee alle economieën zich van tijd tot tijd geconfronteerd zien.
Wij zijn van mening dat, ongeacht de uitdagingen van de komende jaren, het Verenigd Koninkrijk één van de tien belangrijkste economieën in de wereld zal blijven door zijn omvang en belangrijke positie als ontvanger van kapitaal uit het buitenland en kapitaalverschaffer.
Discrepantie
Terwijl de uitdagingen, waar het Verenigd Koninkrijk nu en in de toekomst voor staat, dezelfde zijn als die in andere landen in Europa en in de wereld zijn de vooruitzichten voor de Britse economie stabiel tot positief. De Britse aandelenmarkt heeft echter een zeer internationaal karakter met blootstelling aan mijnbouwgrondstoffen en olie die een aanzienlijk deel van de index uitmaken naast meer binnenlands georiënteerde bedrijven. Er is vaak, zoals nu weer het geval is, een discrepantie tussen de prestaties van de markt en de economie als geheel.
In de afgelopen twee jaar hebben de vertraging in China in het bijzonder en opkomende markten in het algemeen een grote impact gehad op het rendement en de prestaties van aandelen en sectoren met een notering in de Verenigd Koninkrijk, maar met blootstelling aan die regio’s. Het gaat hierbij om cyclische olie- en mijnbouwbedrijven en Aziatische financials waaronder grote banken, zoals HSBC en Standard Chartered.
De vertraging in bedrijvigheid in de opkomende markten waaronder China en lagere grondstoffenprijzen hebben invloed gehad op inkomsten van het Verenigd Koninkrijk, die de laatste drie jaar negatief zijn bijgesteld. Terwijl deze negatieve trends zich beginnen uit te bodemen, biedt de Britse markt nog steeds een van de hoogste dividendrendementen van de ontwikkelde markten en een significante yield premium op Britse staatsobligaties.
Beste kansen
Alles tegen elkaar afgewogen, waar liggen de beste kansen voor beleggers in het Verenigd Koninkrijk? Naar onze mening als op de businesscyclus gerichte beleggers hebben we de vertragingsfase van de cyclus bereikt. In overeenstemming daarmee zijn we in onze portfolio verschoven van cyclische en hoge bèta assets naar meer defensieve aandelen, met name van bedrijven met een sterke balans. We verwachten dat de markten nog altijd een aardig rendement zullen opleveren, maar dat zal gepaard gaan met toenemende volatiliteit, iets waar markten al gewend aan zijn geraakt.
Sectoren die laat in de businesscyclus goede kansen bieden zijn media, farma en ondersteunende dienstverlening. Algemene consumentendienstverlening lijkt stabieler dan andere sectoren en daarom houden wij onze posities in voedsel en medicijnretailers en telecommunicatiebedrijven aan. Kijkend naar industrieel cyclische aandelen, denken we dat de pricing power onder druk zal blijven staan, naarmate de wereldwijde investeringscyclus vertraagt.
Daarnaast zal, nu de lonen in ontwikkelde economieën stijgen, de druk op de marges van industriële en productiebedrijven toenemen. Onze portfolio blijft wat deze sectoren betreft onderwogen. We denken dat specifieke financials het goed kunnen doen. Bijvoorbeeld 3i Group, Lloyds Banking Group en RSA. Maar we zijn desalniettemin begonnen onze blootstelling af te bouwen in ruil voor meer defensieve groei en waardeaandelen.



