De uitdaging waar Australië voor staat, is het succesvol omvormen van de economie. Die economie moet dan minder afhankelijk worden van de grondstoffenexport. Het is aan de overheid en de centrale bank om de daad bij het woord te voegen, stelt Jonathan Day, fondsbeheerder Fixed Income bij Newton, een boutique van BNY Mellon.
“Wist Australië redelijk ongeschonden uit de financiële crisis te komen, des te harder is de economie nu getroffen door de ineenstorting van de grondstoffenprijzen. De export is sterk gefocust op Azië en maakt de economie kwetsbaar voor externe schokken. Daarbij komt ook nog eens dat de afhankelijkheid van de mijnbouw de afgelopen decennia sterk is toegenomen.”
Nu doet het land verwoede pogingen om de economie te herbalanceren. De lage rente en vraag vanuit het buitenland zorgen in de grote steden voor een opleving van de vastgoed- en constructiesector. Maar deze boom is volgens Day sterk beperkt tot de grote en trendy steden, zoals Sydney en Melbourne. “Het risico bestaat dat door deze regionale opleving een vastgoedbubbel ontstaat die de nationale economie kan schaden. Toezichthouders zijn alert.”
Maar Day ziet ook goed nieuws over de Australische economie. De werkloosheid blijft stabiel op 6,2% en dankzij afgewogen beleid van de centrale bank en de daling van de grondstoffenprijzen is de Australische dollar gedeprecieerd. “Dit heeft wat druk van de economie, die sterk importafhankelijk is, weggenomen. Toerisme en onderwijs, twee andere belangrijke ‘exportproducten’, naast commodities, kunnen ook profiteren van de lagere Australische dollar.”
Day is ervan overtuigd dat de rente in Australië lange tijd laag moet blijven om de economie de gelegenheid te geven te geven een nieuwe balans te vinden. Het is zijn inziens van groot belang dat deze minder afhankelijk wordt van de export van grondstoffen en zodoende meer veerkracht krijgt.



