Bedrijfsobligaties uit opkomende markten bieden volgens vermogensbeheerder DPAM een aantrekkelijke combinatie van rendement en kredietkwaliteit. Ondernemingen in deze landen hebben gemiddeld minder schulden dan vergelijkbare bedrijven in ontwikkelde economieën, terwijl hun obligaties vaak een hogere rentevergoeding bieden.
Volgens Thomas Timmerman van DPAM krijgen bedrijfsobligaties uit opkomende landen nog relatief weinig aandacht van beleggers. Dat is opvallend, omdat deze economieën een steeds groter aandeel hebben in de wereldwijde groei. Kredietbeoordelaar S&P verwacht dat opkomende markten in 2035 goed zijn voor 65% van de mondiale economische groei.
De markt voor bedrijfsobligaties uit opkomende landen die zijn uitgegeven in harde valuta, zoals de Amerikaanse dollar, is sinds 2002 gegroeid van 260 miljard naar ongeveer 2,6 biljoen dollar.
Het beleggingsuniversum omvat inmiddels circa 750 ondernemingen uit 68 landen. Die spreiding over regio’s en sectoren biedt volgens DPAM mogelijkheden om risico’s te verdelen.
Hogere rentevergoeding ondanks lagere schulden
Een belangrijk argument voor deze obligaties is volgens Timmerman de relatief sterke financiële positie van de uitgevende bedrijven. Ondernemingen uit opkomende markten hebben gemiddeld minder schulden in verhouding tot hun financiële draagkracht dan vergelijkbare bedrijven in ontwikkelde landen.
Toch bieden hun obligaties vaak een hoger rendement. Volgens DPAM hangt die extra vergoeding deels samen met het algemene risicobeeld van opkomende landen, en niet uitsluitend met de kredietwaardigheid van individuele bedrijven.
Ook de samenstelling van de markt is verbeterd. Het aandeel obligaties van bedrijven met een kredietrating van A of hoger steeg van 31% in 2020 naar 40% in juli 2026. Het aandeel met een lagere BB-rating daalde in dezelfde periode van 18% naar 14%.
Wanbetalingen blijven een risico
De verbeterde kredietkwaliteit betekent niet dat beleggers geen risico lopen. Het wanbetalingspercentage bedraagt dit jaar tot dusver 2,7%. Voor heel 2026 wordt ongeveer 3,1% verwacht.
Volgens DPAM is 75% van het volume aan wanbetalingen toe te schrijven aan slechts twee ondernemingen: Raízen en Braskem. De vermogensbeheerder verwacht dat de verbetering van bedrijfsbalansen op termijn kan bijdragen aan minder wanbetalingen.
Timmerman erkent bovendien dat de risico-opslagen, de extra rentevergoeding bovenop relatief veilige obligaties, historisch gezien laag zijn. Daardoor is de ruimte om tegenvallers op te vangen beperkter.
Spreiding en actieve selectie
DPAM ziet desondanks kansen voor beleggers die hun obligatieportefeuille willen verbreden. Naast de geografische spreiding bieden bedrijfsobligaties uit opkomende markten doorgaans een kortere looptijdgevoeligheid dan veel obligaties uit ontwikkelde landen. Daardoor kunnen ze minder gevoelig zijn voor veranderingen in de marktrente.
Ook verwacht DPAM dat deze markt relatief weinig hinder ondervindt van de grote financieringsbehoefte van Amerikaanse technologiebedrijven voor datacenters en kunstmatige intelligentie.
Omdat de markt nog beperkt wordt gevolgd door analisten, ziet Timmerman mogelijkheden voor actieve beheerders om obligaties te vinden waarvan de waardering onvoldoende aansluit bij de onderliggende kredietkwaliteit.
Volgens DPAM vormen bedrijfsobligaties uit opkomende markten daarmee een interessante aanvulling op een gespreide beleggingsportefeuille. De hogere rentevergoeding en relatief sterke balansen bieden kansen, al blijven kredietrisico’s en lage risico-opslagen belangrijke aandachtspunten.



