De Amerikaanse industrie is in mei verder gegroeid, maar wel iets minder hard dan eerder werd voorzien. Dit bleek maandag uit definitieve cijfers van S&P Global.
De inkoopmanagersindex voor de industrie steeg van 54,5 naar 55,1. Een voorlopig cijfer kwam eerder uit op 55,3.
“Op het eerste gezicht lijkt de productiesector op volle toeren te draaien, maar als je wat dieper kijkt, is het beeld niet zo eenduidig”, volgens econoom Chris Williamson van S&P Global.
“Sinds het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten zien we dat de productie en de vraag worden gestimuleerd door voorraadopbouw, omdat bedrijven zich zorgen maken over stijgende prijzen en leveringsproblemen”, aldus Williamson.
Deze voorraadaanleg was in mei opnieuw overal zichtbaar en maakt het moeilijk om een nauwkeurig beeld te krijgen van de onderliggende gezondheid van de productie-economie, aangezien de groei zal afkoelen zodra deze voorraadaanleg richting zijn einde gaat, denkt de econoom.
Het aantal vertragingen in de toeleveringsketen is intussen het hoogste sinds augustus 2022, waarbij de voorradenopbouw niet alleen bijdraagt aan de leveringskrapte als gevolg van de sluiting van de Straat van Hormuz, maar ook de prijzen opdrijft voor een breed scala aan grondstoffen, aldus de econoom.
Een indexstand groter dan 50 wijst op groei, waar minder dan 50 krimp betekent.



