Zijn de centrale banken de strijd tegen deflatie aan het winnen? Het lijkt er wel op, als we kijken naar de laatste inflatiecijfers. De Amerikaanse inflatie is op jaarbasis weer boven de 2% uitgekomen, de inflatie in de eurozone versnelt en zal de opgaande lijn doortrekken afgaand op de Duitse inflatie, die momenteel +1,7% over 12 maanden bedraagt. Zelfs in Japan zal de inflatie naar verwachting een tijdlang toenemen door de daling van de yen.
De markten geloven echter niet dat de terugkeer van de inflatie blijvend zal zijn. De marktprognoses betreffende de “break-even”-inflatie wijzen niet op een wezenlijke en duurzame stijging van het inflatieniveau. Beleggers denken namelijk dat deze inflatieversnelling, die wordt ingegeven door het basiseffect van energie (de olieprijzen waren een jaar geleden nog zeer laag en dragen nu werktuiglijk bij aan een tijdelijke verhoging van de inflatie) en door de dalende wisselkoers (gevolgen op korte en middellange termijn van de geïmporteerde inflatie), van voorbijgaande aard zal zijn.
Wij denken dat de markten te behoudend zijn in hun vooruitzichten en dat de inflatie hoger zou kunnen uitvallen en vooral langer zou kunnen aanhouden dan verwacht. De prijzen in de Verenigde Staten zullen derhalve mogelijk versneld stijgen om in het eerste kwartaal van 2017 uit te komen rond +2,8/+3%. Deze prijsstijging gaat overigens veel verder dan een inhaalslag ten opzichte van de energieprijzen: diverse andere categorieën, zoals bijvoorbeeld de huren, laten namelijk een gestage groei zien.
Met een dynamische en door volledige werkgelegenheid gekenmerkte arbeidsmarkt zijn er momenteel echter vooral duidelijke aanwijzingen voor een stijging van de lonen in de Verenigde Staten (uurlonen zijn in de afgelopen twaalf maanden met +2,9% gestegen), wat een zichzelf versterkende toename van de inflatie teweeg zou kunnen brengen. Ook Duitsland zou, gelet op de historisch lage werkloosheid, te maken kunnen krijgen met een stijging van de inflatie die langer aanhoudt dan verwacht.
Dit alles zal het werk van de centrale banken er niet makkelijker op maken, en de financiële markten zullen bij het in kaart brengen van beleggingskansen voortaan meer oog moeten hebben voor de economische cyclus. De tijd dat economische onheilstijdingen goed nieuws waren voor de financiële markten, die dan immers konden rekenen op extra steun van de centrale banken, ligt grotendeels achter ons.
Vanwege de inflatieversnelling zullen centrale bankiers namelijk minder goed in staat zijn economische vertraging tegen te gaan door de rente te verlagen. De hoge schuldenlast van de marktdeelnemers is daarentegen een valkuil waarmee centrale banken rekening zullen moeten houden bij het verhogen van de rente. In het licht van dit dilemma zullen de centrale banken voortaan een toontje lager moeten zingen en de economische conjunctuur weer een arbitrerende rol moeten toekennen op de financiële markten.



