Nadat het totale vermogen van de 300 grootste pensioenfondsen ter wereld in 2014 met ruim 3% was gegroeid, is het in 2015 juist met meer dan 3% geslonken naar 14,8 biljoen dollar. Het is een daling, de eerste sinds het begin van de financiële crisis, maar daar staat tegenover dat de cumulatieve groei sinds 2008 wel bijna 19% bedraagt.
Dit blijkt uit onderzoek van Willis Towers Watson in samenwerking met Pensions & Investments, een Amerikaanse beleggingskrant. Het onderzoek laat zien dat de samengestelde groei in de afgelopen vijf jaar het grootst was in de Verenigde Staten met ongeveer 6%, gevolgd door de regio’s Europa (circa 4%) en Azië-Pacific (circa 1%).
Daarnaast was er in 2015 alleen bij de hybride pensioenfondsen sprake van een groei met bijna 14%, terwijl andere soorten fondsen moesten inleveren: pensioenfondsen met een Defined Benefit-regeling met bijna 5%, beschikbare premieregelingen (op basis van Defined Contribution) met ruim 2% en reservefondsen met 0,3%.
Golfbewegingen
“De continue golfbewegingen van het vermogen gecombineerd met de toename van de waarde van de verplichtingen, laten zien hoe moeilijk het vandaag de dag is voor pensioenfondsen om hun missie waar te maken”, zegt Michel Iglesias del Sol, hoofd Investment bij Willis Towers Watson in Nederland. “Grote institutionele beleggers kunnen hierbij een concurrentievoordeel hebben en kunnen door verbetering van hun organisatorische effectiviteit en besluitvormingsprocessen profiteren van deze volatiele en complexe beleggingswereld.”
De Verenigde Staten is het land met het grootste aandeel aan pensioenvermogen, het gaat om 38%. Japan volgt de VS op met een marktaandeel van rond de 12%. Nederland staat op derde plaats met meer dan 6%, gevolgd door Noorwegen (6%) en het Verenigd Koninkrijk (5%).
27 nieuwe fondsen
Het onderzoek toont verder aan dat in de afgelopen vijf jaar 27 nieuwe fondsen de ranglijst zijn binnengekomen, waarvan, op netto basis, de meeste uit de VS komen (tien fondsen), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Korea, Australië, Frankrijk, Peru, Vietnam en Italië.
Tijdens dezelfde periode kende Mexico het grootste nettoverlies aan fondsen uit de ranglijst (vier fondsen), gevolgd door Zwitserland, Duitsland en Japan (drie fondsen). Volgens het onderzoek hebben de Verenigde Staten het grootste aantal fondsen (131), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (27), Canada (19), Australië (16), Japan (15) en Nederland (12) in de ranglijst.
“In de afgelopen vijf jaar is er veel beweging geweest in de ranglijst”, legt Del Sol uit. “Bepalende factoren voor de winnaars waren volledig gediversifieerde portefeuilles die goed presteren in tijden van stress en een focus op absolute in plaats van relatieve rendementen.”
Strategieën
Liability Driven Investment-strategieën rendeerden bijzonder goed. Een andere onderscheidende factor van de grootste fondsen is hun vermogen om te innoveren en zich snel aan te passen, hetgeen cruciaal is in tijden van aanhoudend lage groei. “Een gebied waarop beleggers dit concept in hun voordeel hebben laten werken is het innovatieve denken over beta’s of rendementsbronnen binnen hun portefeuilles en het evenwicht met de juiste focus op het verslaan van de markt”, weet Del Sol. Dit heeft de analyse van de toegevoegde waarde van actief beheer verduidelijkt en tot betere beheersing van kostenniveaus geleid.”
De staatsfondsen blijven een belangrijke rol spelen op de ranglijst: 27 fondsen goed voor 28% van het totale pensioenvermogen en een bedrag van ongeveer 4,2 biljoen dollar. De 115 fondsen uit de publieke sector in het onderzoek hadden in 2015 een gezamenlijk vermogen van bijna 6 biljoen dollar, goed voor 39% van het totaal. De fondsen uit de particuliere sector (58) en de bedrijfsfondsen (100) zijn goed voor respectievelijk 14% en 19% van de activa in het onderzoek.



