De euro/dollar noteerde maandag nagenoeg vlak, nadat de dollar vrijdag het laagste niveau in zeven weken bereikte na tegenvallende Amerikaanse banencijfers.
De euro/dollar stond tegen het middaguur 0,02 procent lager op 1,1560.
De DXY-dollarindex steeg 0,1 procent tot 99,675 na een dieptepunt op 99,403 vrijdag.
Het aantal nieuwe banen in de VS daalde onverwachts tot 23.000 in juli, maar tegelijkertijd daalde het werkloosheidspercentage ook, tot 4,1 procent. De zwakke banengroei maakt het wellicht minder urgent voor de Federal Reserve om de rente te verhogen op de korte termijn.
Hierdoor zal de aandacht sterk uitgaan naar de publicatie van de Amerikaanse inflatiecijfers (consumentenprijzen) voor juli, die aanstaande woensdag verschijnen. Deze cijfers kunnen een belangrijke rol spelen bij de beslissing van de Fed om de rente al dan niet te verhogen. De nieuwe cijfers volgen op inflatiegegevens van juni die eveneens lager uitvielen dan verwacht.
Volgens Francesco Pesole van ING kan de euro tot boven 1,16 stijgen als de inflatie in de VS minder hoog uitvalt dan verwacht. De markt heeft nog veel ruimte om zijn verwachtingen voor renteverhogingen door de Fed terug te schroeven na de zwakke banencijfers van vrijdag, meent Pesole.
De Europese Centrale Bank heeft intussen juist al bijna een renteverhoging beloofd in september.
“De verfschillen in renteverwachtingen voor de korte termijn blijven in toenemende mate de belangrijkste aanjager voor de euro-dollar, en dat betekent dat de gevoeligheid voor het Fed-verhaal erg hoog blijft.”



