De nieuwe CFETS-index van China legt de nadruk op valuta’s uit opkomende markten ten koste van valuta’s uit ontwikkelde markten. Hij komt op deze manier dichter bij de Nominal Effective Exchange Rate (NEER) van de Bank of International Settlements (BIS). Maar het valutamandje zet de dollar heus niet buitenspel. Er wordt alleen een ander liedje gezongen.
De nieuwe indeling is meer representatief voor de handelspatronen van China. CFETS staat in deze voor China Foreign Exchange Trading System. Er zijn 11 nieuwe valuta’s toegevoegd aan het Chinese valutamandje, wat het totaal brengt naar 24.
Daarnaast is de weging van de index herberekend om meer nadruk te leggen op opkomende valuta’s. Aidan Yao en Shirley Shen, analisten van het Research & Investment Strategy Team van AXA Investment Managers, zien de door de People’s Bank of China gedane herindeling niet als dramatisch. Zij zingen juist positieve noten.
Realistischer beeld
De schommelingen van de renminbi (de yuan) ten opzichte van andere valuta’s van opkomende economieën in ogenschouw genomen, legt de nieuwe index 80% van China’s handelsstromen vast. Dit in tegenstelling tot slechts 60% onder de werking van de oude index. Volgens Yao en Shen leggen de Chinese autoriteiten hiermee expliciet nadruk op de competitiviteit van de renminbi in plaats van op de wisselkoers met de dollar.
Desalniettemin verwacht het tweetal niet dat de verlaagde weging van de dollar (die van 32,9% naar 30,5% gaat) de invloed van de dollar aanzienlijk vermindert. “De beweging van de dollar ten opzichte van andere valuta’s is immers ook van belang. Aangezien de verhouding tussen valuta’s van opkomende markten en ontwikkelde markten in het mandje nu is verschoven, zou het verschil in de invloed van de Amerikaanse dollar gering kunnen zijn”, zo schrijft het duo in een analyse van de veranderingen
Shen en Yao denken dat de veranderingen niet zijn doorgevoerd voor een makkelijke waardevermindering van de renminbi, maar juist om de marktinfrastructuur te verbeteren. Daardoor worden de economische fundamentals van de Chinese economie beter vertegenwoordigt in de index.
Asymmetrisch beleid
Volgens AXA Investment Managers waren de kapitaaluitstromen vanuit China zo’n 60 tot 80 miljard dollar in november en december. In de twee kwartalen daarvoor betrof het 30 à 50 miljard dollar. “Hoewel dit nog lang niet zo hoog is als in begin 2016 het geval was, oefenen deze uitstromen wel druk op de lokale obligatiemarkt met hogere yields als gevolg. Zo vormen ze een uitdaging voor het beheren van buitenlandse valutareserves en het monetair beleid.”
Hierop heeft de Chinese staatsbank drie maatregelen toegepast. Ten eerste een asymmetrisch beleid ten opzichte van kapitaalstromen. Dat wilt zeggen een aanscherping op het gebied van uitstromen, alsmede een versoepeling op het gebied van instromen. Ten tweede maakt China ook gebruik van buitenlandse valutareserves, alhoewel dit voorzichtig wordt toegepast omdat de reserves gevaarlijk dicht naar het cruciale punt van 3 biljoen dollar zijn gezakt.
En ten derde past het herindelen van het valutamandje (zoals eerder genoemd) in het streven om de Chinese munt meer onafhankelijk te maken van de dollar. Als de situatie verder verslechtert, dan zou de Chinese staatsbank deze drie maatregelen verder kunnen uitbreiden, zo is de gedachtegang van Yao en Shen. Ze verwachten niet dat de Chinese staatsbank zal overgaan tot een eenmalige aanpassing van de wisselkoers, omdat dit door de markt als een laatste redmiddel kan worden gezien en paniek kan zaaien.



