De klassieke 60/40-portefeuille is niet achterhaald, maar vraagt in een omgeving van hogere inflatie en lagere economische groei wel om aanpassingen. Dat stelt Duncan Lamont, Head of Research bij vermogensbeheerder Schroders.
Volgens Lamont neemt de kans op stagflatie toe, een economisch klimaat waarin de inflatie hoog blijft terwijl de economische groei afzwakt. Dat zet zowel aandelen als obligaties onder druk en maakt de traditionele spreiding binnen een beleggingsportefeuille minder effectief.
Toch betekent dit volgens Schroders niet dat de 60/40-portefeuille – met 60% aandelen en 40% obligaties – moet worden afgeschreven. Historische data laten volgens de vermogensbeheerder zien dat deze portefeuille tijdens eerdere stagflatieperiodes gemiddeld beter presteerde dan uitsluitend aandelen of uitsluitend obligaties.
Kortere looptijd voor obligaties
Wel adviseert Schroders om de obligatieportefeuille anders in te richten. Kortlopende obligaties zijn minder gevoelig voor rentestijgingen dan langlopende leningen en kunnen daardoor beter bestand zijn tegen een periode van aanhoudende inflatie.
Ook obligaties met een variabele rente kunnen volgens Lamont een rol spelen, omdat de coupon meebeweegt met de korte rente wanneer centrale banken de rente verhogen.
Focus op kwaliteit en waarde
Binnen aandelen ziet Schroders vooral kansen voor kwaliteitsbedrijven met een sterke winstgevendheid en een solide balans. Ook waardeaandelen hebben historisch beter gepresteerd dan groeiaandelen in een omgeving van hoge inflatie en oplopende rentes.
Op sectorniveau noemt de vermogensbeheerder energie, gezondheidszorg, consumentengoederen en nutsbedrijven als relatief kansrijke segmenten tijdens stagflatie.
Extra spreiding
Voor aanvullende diversificatie wijst Schroders op grondstoffen en hedgefondsen. Volgens Lamont hebben beide beleggingscategorieën historisch relatief goed gepresteerd in periodes waarin de inflatie hoog bleef en de economische groei onder druk stond.
De conclusie van Schroders is dat beleggers de traditionele 60/40-portefeuille niet hoeven los te laten, maar deze wel beter kunnen afstemmen op een veranderend macro-economisch klimaat. Daarbij liggen de accenten volgens de vermogensbeheerder op een kortere obligatieduratie, een voorkeur voor kwaliteits- en waardeaandelen en aanvullende spreiding via alternatieve beleggingen.



