Is de Chinese vastgoedmarkt nu wel of geen zeepbel? Mo Ji, econoom bij Amundi Asset Management noemt de vastgoedmarkt in China een dusdanige steunpilaar van de economie van het land dat negatieve schommelingen de Chinese, en zelfs wereldwijde economie sterk kunnen beïnvloeden.
De econoom gaat uit van vier factoren. Allereerst is er de prijs. Tier 1 steden zagen een grote prijsstijging tussen begin 2015 en 2016. In Shenzhen was dit zelfs een ongekende 167%. Ook in andere steden zoals Chengdu en Dongguan waren forse verhogingen. “Zo’n scherpe prijsstijging is echter niet wat de Chinese overheid wil, om die reden zijn afgelopen lente de beleidsteugels aangetrokken om dit te verminderen”, stelt hij.
Meestal is het aantal maanden dat nodig is om het een vastgoedportefeuille van de hand te doen een goede indicator voor een zeepbel. Als het meer dan 20 maanden is, spreken we volgens Mo Ji van een zeepbel. In veel grote Chinese steden zijn deze termijnen in minder dan een jaar gezakt van een kritiek zeepbel-niveau van 20 tot 30 maanden naar zeer acceptabele niveaus. Deze verkopen betekenen een betere cashflow voor ontwikkelaars, en dus meer investeringen als gevolg. Hoewel dit positief is voor de markt, bestaat wel het risico dat er te veel wordt doorgebouwd in het tweede deel van 2016 en 2017. Dit zou op termijn onhoudbaar zijn.
Er wordt veel grond verkocht van lokale overheden aan grootgrondbezitters waardoor de grondprijzen stijgen. “Dit drijft de prijzen in residentieel vastgoed verder op”, legt Mo Ji uit. Deze zeepbel zou volgens Amundi uiteen kunnen knappen op het moment dat grondprijzen veel hoger zijn dan de rendementen op vastgoed.
Tenslotte wijst Mo Ji op het beleid dat China voert. Om de doelstellingen van het bbp te halen moeten de Chinezen een soepel beleid voeren ten aanzien van vastgoed. Het is echter aannemelijk dat bij scherpe prijsstijgingen dit soepele beleid strak getrokken wordt om de stijgingen te matigen.




