Staat China aan de grond van de afgrond? Twijfels rond de tweede economie wereldwijd zorgen voor nervositeit en paniek. Volgens senior econoom Chi Lo van BNP Paribas Investment Partners is die negatieve outlook echter zwaar overtrokken. China stort niet ineen maar heeft te maken met een hoognodige correctie op de activamarkt.
Volgens Lo zijn er twee soorten crises: een crisis rond de lopende rekening van een land, waarbij buitenlandse investeerders het vertrouwen verliezen in de economie en overheid, en een bankencrisis, veroorzaakt door een zeepbel.
“Oplossing voor het eerste type crisis is meestal een devaluering van de munt en herstructurering van de schuld”, volgens Lo. In het tweede geval moet volgens de econoom herkapitalisering van de banken de paniek stoppen. Aangezien China geen volledig converteerbare kapitaalrekening noch een volledige zwevende wisselkoers heeft, is de kans op een echte financiële crisis beperkt, denkt Lo.
Hij sluit een crisis rond de lopende rekening uit. China kent een overschot van 4% van het bbp en de buitenlandse valutareserves zijn in totaal meer dan 40% van het bbp. De kortetermijnschuld is slechts 8% van het bbp en de totale overheidsschuld ligt met 52,8% buiten de gevarenzone (>60%).
Bankencrisis
De angst in de markt centreert zich daarom rond een bankencrisis. Ook dat risico blijkt beperkt. De activazeepbel van China is niet gefinancierd door banken, zoals de ‘lening-ten-opzichte-van-deposito-verhouding’ die ver onder het vereiste maximum van 0,75 bleef, liet zien.
De ongelijkheid op de balansen van banken is de afgelopen jaren verbeterd en de solvabiliteitsratio bevindt zich gemiddeld boven de 10%. Provisies voor slechte leningen liggen gemiddeld op 200%, ondanks een daling van de piek van 300% en een stijging van de oninbare kredieten.
De correctie op de Chinese vastgoedmarkt heeft niet gezorgd voor een ineenstorting van de vastgoedprijzen, zoals in de VS in 2007-2008. Het is volgens Lo waarschijnlijk dat dit komt doordat de hefboomfinanciering beduidend minder hoog is. Ook het garantiebeleid van de overheid biedt steun.
Uitstroom
“Het lijkt er dus op dat degenen die een crisis denken te herkennen, vooral bang zijn voor een uitstroom van binnenlands kapitaal”, concludeert Lo. Gezien de relatieve geslotenheid van de kapitaalrekening, het feit dat Chinese beleggers nog steeds 5-6% rendement kunnen maken op lokale vermogensbeheerproducten en ze bij het verplaatsen van vermogen naar het buitenland 3-4% kwijt zijn aan conversiekosten, lijkt hem dat onwaarschijnlijk.
De recente verkoopgolf van Chinese activa reflecteert de frictie die het herbalanceren en liberaliseren van de economie veroorzaakt. Als de overheid de renminbi stabiel kan houden, de economie stabiliseert en de munt wordt toegevoegd aan het mandje met speciale trekkingsrechten, konden de beren zich wel eens gaan realiseren dat ze een foute inschatting hebben gemaakt.




