De recente renteverhoging van de Europese Centrale Bank was geen voorzorgsmaatregel. Dat zei ECB-president Christine Lagarde maandagavond in het Portugese Sintra.
Sommigen noemden de stap een “verzekeringsverhoging”, aldus Lagarde. Volgens haar dekt die omschrijving de lading niet. De verhoging berustte op de eigen ramingen van de bank.
Begin juni verhoogde de ECB de belangrijkste rente met een kwart procentpunt naar 2,25 procent. Het was de eerste verhoging in bijna drie jaar.
Aanleiding was de scherpe stijging van de energieprijzen door de oorlog met Iran. De inflatie in de eurozone ligt sinds maart boven de doelstelling van 2 procent.
Bij die vergadering verwachtte de ECB dat de inflatie pas eind 2027 terugkeert naar de doelstelling van 2 procent. Bij ongewijzigde rente zou de inflatie ook in 2028 boven 2 procent blijven, aldus Lagarde.
Inmiddels zijn de energieprijzen fors gedaald na het akkoord tussen de VS en Iran. Daardoor vragen economen zich af of de ECB te snel verkrapte.
Lagarde noemde het juni-besluit niettemin “robuust”. Niets sindsdien heeft dat oordeel aangevochten, aldus de president. De duurzaamheid van de vrede noemde ze wel “verre van zeker”.
“Dit was een besluit op basis van wat wij voor ons zagen”, zei Lagarde. Het vertrouwen daarin komt volgens haar voort uit jarenlange investeringen in data en ramingen.
Of de rente verder omhoog moet, ligt nu op tafel. Functionarissen, waaronder bestuurslid Isabel Schnabel, stellen dat de rente in de huidige situatie waarschijnlijk nog verder moeten stijgen.



