De Amerikaanse regering wil niet dat Apple geheugenchips uit China koopt. Dit meldde The Wall Street Journal zaterdag op basis van uitspraken van minister van Handel Howard Lutnick.
Vanwege de onverzadigbare vraag naar computergeheugen bij bedrijven die AI-datacenters willen bouwen, is er een tekort aan chips ontstaan, waardoor de prijzen flink zijn opgelopen voor wat er nog beschikbaar is. Door de hogere kosten zien Apple en andere fabrikanten van consumentenelektronica zich genoodzaakt hun prijzen aanzienlijk te verhogen.
Om de leveringscrisis te helpen verlichten, richt Apple zich op Chinese fabrikanten. Volgens eerdere berichten van The Wall Street Journal heeft Apple al geheugenchips van het Chinese CXMT en Yangtze Memory Technologies getest in verschillende productlijnen, waaronder iPhones en MacBooks.
Apple zou daarnaast verkennende gesprekken hebben gevoerd met deze bedrijven over de levering van componenten, met als doel deze te gebruiken in bepaalde apparaten die in China worden verkocht.
“De regering-Trump is daar geen voorstander van”, zei Lutnick in een interview na een rondleiding door een Apple-fabriek in Houston. Er moeten “andere oplossingen voor het geheugenprobleem zijn, maar het is geen goede zaak dat Amerikaanse bedrijven Chinees geheugen gebruiken”, volgens de minister.
Toen hem werd gevraagd of hij die boodschap aan Apple had overgebracht, antwoordde Lutnick: “Heel duidelijk”, aldus The Wall Street Journal.
Laptopfabrikanten HP en Acer zijn ook begonnen met het gebruik van geheugenchips van CXMT in apparaten die buiten de VS worden verkocht, zo meldde de zakenkrant eerder.
Overheidsregels in de VS schrijven voor dat Amerikaanse bedrijven een vergunning moeten aanvragen voordat ze productinformatie met CXMT en YMTC mogen delen. De Chinese chipfabrikanten zouden dergelijke informatie nodig hebben om op maat gemaakte chips voor Apple te kunnen produceren. Apple mag wel kant-en-klare onderdelen bij deze bedrijven inkopen en met hen over de prijzen onderhandelen.



