De Ondernemingskamer in Amsterdam heeft zaterdag de verzoeken van de VEB en een groot aantal beleggers afgewezen om onderzoek te doen naar de gang van zaken bij Philips in de slaapapneu-affaire. Dit meldde de Ondernemingskamer vanmiddag in een persbericht.
Volgens de verzoekers waren er aanwijzingen dat de raad van bestuur van Philips veel eerder op de hoogte was van de problemen met de apparaten dan het moment waarop het bedrijf voor het eerst over de kwestie in de openbaarheid trad. Zo niet, dan had de raad van bestuur eerder op de hoogte moeten zijn, meenden de belanghebbenden verder. Philips had dan ook veel eerder bij haar Amerikaanse dochteronderneming Respironics moeten ingrijpen.
Bovendien had de raad van commissarissen beter toezicht moeten houden, volgens de verzoekers. Tot slot heeft Philips volgens hen niet voldaan aan haar wettelijke openbaarmakingsverplichtingen en daardoor beleggers misleid.
De Ondernemingskamer ging zaterdag niet in deze claims mee.
Het gaat in deze zaak niet over de vraag of bij Respironics, de producent van de apparaten, fouten zijn gemaakt en de Ondernemingskamer oordeelt ook niet over de vraag naar de aansprakelijkheid voor schade van beleggers, zo stelde de Ondernemingskamer in haar oordeel. Er werd in dit stadium uitsluitend geoordeeld over de vraag of er gegronde redenen zijn voor twijfel aan het beleid of de gang van zaken bij Philips die een onderzoek rechtvaardigen, volgens de rechter.
“Op die vraag luidt het antwoord: nee”, meent de Ondernemingskamer, die deze conclusie trok na bestudering van een omvangrijk dossier en talrijke interne stukken.
“Daaruit bleek dat de interne systemen van het Philips-concern op internationale standaarden zijn gebaseerd, met regelmaat worden ge-audit en door de jaren heen verder zijn versterkt als gevolg van diverse (interne en externe) ontwikkelingen”, zo stelde de Ondernemingskamer.
“Pas gedurende de eerste maanden van 2021 waren er voldoende betrouwbare onderzoeksgegevens die wezen op gezondheidsrisico’s van het gebruikte PE-PUR-schuim. Er zijn geen aanwijzingen dat de raad van bestuur en de raad van commissarissen die informatie te laat hebben ontvangen”, volgens de rechter.
Er is ook geen reden om aan te nemen dat Philips eerder bij Respironics had moeten ingrijpen, of dat de raad van commissarissen onvoldoende toezicht heeft gehouden.
“Tot slot heeft de Ondernemingskamer ook geen goede redenen om te oordelen dat de mededelingen van Philips over de slaapapneu-affaire aan het (beleggend) publiek te laat, onjuist of misleidend waren”, besloot de Ondernemingskamer.
In een reactie liet Philips zaterdag aan ABM Financial News weten de beslissing van de Ondernemingskamer te verwelkomen “om de verzoeken tot het instellen van een onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen volledig af te wijzen.”
“De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat er geen gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken bij Philips. We blijven gericht op patiënten en klanten en op de uitvoering van ons plan”, aldus het bedrijf.
De VEB liet in een persbericht weten dat men de beschikking nader zal bestuderen.
“Dat ook aandeelhouders schade hebben geleden door de apneu-affaire is duidelijk. De VEB blijft opkomen voor de belangen van die beleggers en neemt daarbij alle mogelijkheden in overweging”, aldus de beleggersvereniging.



