Het vertrouwen in de Nederlandse financiële sector is sinds het uitbreken van de financiële crisis nog altijd niet hersteld, ondanks de vele doorgevoerde maatregelen. Dat concludeert minister Dijsselbloem (Financiën) in een brief aan de Tweede Kamer. De minister stelt geen nieuwe maatregelen voor om het vertrouwen te herstellen, maar legt de bal bij de sector zelf.
In de brief gaat Dijsselbloem in vogelvlucht in op de veranderingen van de afgelopen jaren in de financiële sector en over welke maatregelen hij nodig acht om het financiële stelsel nog verder te versterken.
De genomen hervormingen moeten leiden tot een stabiele en dienstbare financiële sector, waarin de klant centraal staat. Een voorbeeld daarvan is het in 2013 ingevoerde verbod op provisies. Sinds 1 januari 2014 is dit provisieverbod uitgebreid en verbreed naar beleggingsdiensten.
De verstevigde vakbekwaamheidseisen voor financieel dienstverleners die sinds 2014 van kracht zijn, hebben de branche ook flink bezig gehouden. In totaal hebben in de periode tot 1 juni 2016 ruim 93.000 adviseurs examen gedaan, stelt Dijsselbloem in de brief. 87.504 adviseurs zijn voor tenminste één examen geslaagd.
“De uitbreiding van de bankierseed naar alle medewerkers bij banken en de gelijktijdige invoering van tuchtrecht per 1 april 2015 zorgen er daarnaast voor dat banken zich over de gehele breedte meer bewust zijn van het klantbelang en zich hier rekenschap van zullen moeten geven”, aldus de minister.
Vertrouwen is niet teruggewonnen
De sector is nu stevig hervormd, vindt de minister. “De resultaten hiervan zijn te zien: zo zijn kapitaalbuffers flink versterkt, afspraken over bail-in gemaakt en bonussen nu lager.” De financiële sector is er echter nog niet in geslaagd het vertrouwen terug te winnen. “Bij alle financiële instellingen ligt het vertrouwensniveau substantieel lager dan voor de financiële crisis. Bij banken heeft de afgelopen jaren zelfs helemaal geen verbetering plaatsgevonden.”
Hiervoor zijn volgens Dijsselbloem meerdere aanleidingen voor. “Zo hebben diverse consumenten en ondernemers in Nederland te maken gehad met misstanden, bijvoorbeeld bij de advisering over rentederivaten door banken aan ondernemers en de op grote schaal verstrekte beleggingsverzekeringen. Deze misstanden hebben een grote publieke impact, bovenop de directe impact op de benadeelde klanten. De impact is in dit geval vergroot doordat door de betreffende instellingen niet voortvarend en doortastend genoeg is ingegrepen om de problemen op te lossen.”
De bal bij de sector
In de brief stelt de minister geen nieuwe maatregelen voor om het vertrouwen te herstellen, maar hij legt de bal bij de sector zelf. “Hoeveel maatregelen er ook worden genomen, uiteindelijk blijft de grote uitdaging voor de financiële sector zelf om te laten zien dat de cultuur echt is veranderd”
Twee thema’s die volgens Dijsselbloem van belang zijn om hierbij in de praktijk als leidraad te hanteren zijn: transparantie en eenvoud. Financiële instellingen dienen informatie te verstrekken aan klanten, investeerders en andere belanghebbenden. En de sector zou zelf het voortouw kunnen nemen om de complexiteit gericht terug te dringen, de risico’s terug te dringen en deze te kennen en beprijzen, en zo ook de klant beter te bedienen.



