Beleggers hebben de opkomende aandelenmarkten massaal de rug toegekeerd. Ik denk dat er een nieuw draaiboek nodig is. Er zijn nog steeds uitstekende beleggingskansen in de opkomende wereld te vinden. Maar niet meer waar ze vroeger lagen.
Het macro-economische klimaat is een stuk guurder dan in het vorige decennium, toen de Chinese industrie oppermachtig heerste en ook voor welvaart in andere opkomende markten zorgde. Beleggers kunnen de opkomende markten niet langer als homogene groep beschouwen en moeten zich opmaken voor economische lastige tijden.
Dat betekent echter niet dat ze deze aandelen gewoon links moeten laten liggen. Nog steeds zijn veel van ’s werelds snelst groeiende economieën en meest dynamische ondernemingen in de opkomende regio’s te vinden. Elke dag ontstaan er nieuwe opwindende kansen. Wie in de toekomst rendement wil behalen, moet in onze ogen in staat zijn kansrijke niches te vinden (zelfs in zwakke economieën) en ontluikende trends te benutten voordat andere beleggers ze op het spoor komen.
Daarom moeten we eerst een aantal hardnekkige misverstanden over het huidige beleggingsklimaat in de opkomende markten wegnemen.
Dit zijn de vijf belangrijkste:
[1] Je moet het Chinese beleid kunnen voorspellen om succesvol te beleggen. Fout!
De maatstaven voor het ‘oude China’, afvlakkende energie-, cement- en staalproductie, duiden op een economie die vaart verliest. Maar zelfs in behoudende prognoses zou de Chinese groei nog steeds elke twee of drie jaar een economie met de omvang van die van Zuid-Korea, Canada of Spanje creëren. Zeggen dat China geen enorme kansen herbergt, druist dus in tegen de logica.
Veel van deze kansen zijn te vinden in sectoren die inspelen op de opkomende consumentenklasse van het ‘nieuwe China’. Sectoren als mobiele telefonie, online winkelen en online gaming floreren. De verkoop van kauwgum en snoep groeit voorspoedig, evenals de uitgaven aan bioscoopbezoek, buitenlandse reizen, sportkleding en cosmetica. Vestigingen van Starbucks schieten als paddenstoelen uit de grond in alle grote steden. En wij denken dat deze bedrijfstakken nog maar aan het begin van hun ontwikkeling staan.
[2] Alles draait om de supercyclus in grondstoffen. Niet helemaal waar!
Een supercyclus in grondstoffen doet zich elke twintig tot veertig jaar voor. De jongste bereikte zijn hoogtepunt in 2010. Economieën en sectoren die afhankelijk zijn van de afzet van grondstoffen, zullen het moeilijk houden zolang de prijzen zich normaliseren. Maar de afnemers, zoals India, plukken er al de vruchten van.
Belangrijker is dat beleggers in opkomende markten een brede horizon nodig hebben. Dat China zijn status als bron van goedkope arbeid verliest, komt vermoedelijk ten goede aan de maakindustrie in landen als Mexico, Vietnam, Polen, Hongarije en de Tsjechische Republiek, die ook zullen profiteren van de weer oplevende vraag uit de ontwikkelde wereld.
Een ander land om in de gaten te houden is Argentinië. De maatregelen van de nieuwe, hervormingsgezinde regering om de schade te herstellen die door het beleid van het vorige regime was aangericht, werpen al resultaat af. De spreads op Argentijnse staatsobligaties zijn gedaald en de concurrentiekracht van zijn exportsectoren is verbeterd.
De vergrijzing in opkomend Azië roept ook nieuwe groeisectoren in het leven. In Zuid-Korea bijvoorbeeld groeit het marktaandeel van kleinere gemakswinkels waar de steeds oudere klanten gemakkelijker hun weg vinden.
[3] Consumenten in opkomende markten zijn de enige bron van groei. Klopt niet!
De consument in de opkomende markten is een belangrijke bron van economische groei en van kansen voor beleggers. Maar niet de enige. Bedrijven uit opkomende markten krijgen steeds meer voet aan de grond bij consumenten in ontwikkelde markten. Zo is een groot deel van de winstgroei van het Mexicaanse Gruma afkomstig uit de verkoop van tortilla’s aan klanten in de Verenigde Staten, waar zijn dominante positie een enorm concurrentievoordeel oplevert.
Sommige Mexicaanse luchthavens zijn veranderd in winkelcentra met start- en landingsbanen, en profiteren van buitenlandse reizigers die veel geld uitgeven. Spinnerijen, textielfabrieken en sneakerfabrikanten uit opkomend Azië profiteren van de ongekende populariteit van athleisure-sportkleding in de VS en Europa.
[4] Een sterkere dollar is slecht voor alle bedrijven in de opkomende wereld. Niet helemaal waar!
De sterke dollar is gunstig voor bedrijven in opkomende markten die meestal lokaal gemaakte producten op de wereldwijde markt verkopen. Denk aan de Braziliaanse vliegtuigfabrikant Embraer en de pulp- en papierproducenten Suzano Papel e Celulose (Brazilië) en Sappi (Zuid-Afrika).
[5] De beste manier om te profiteren van de groei in de opkomende markten is beleggen in lokaal gevestigde bedrijven. Niet altijd!
Soms biedt het in een ontwikkelde markt gevestigde moederbedrijf beleggers een aantrekkelijker ingang tot een lucratief dochterbedrijf ter plaatse. Voor beleggers die van de stijgende autoverkopen in de opkomende wereld wil profiteren, is Suzuki Motor waarschijnlijk aantrekkelijker gewaardeerd dan zijn Indiase dochterbedrijf Maruti Suzuki, dat een belangrijke bijdrage aan de winst levert.
Ook kan een belegger misschien beter aandelen hebben in Anheuser-Busch InBev (ABI) dan in dochterbedrijf Ambev. Want daarmee krijgt de belegger behalve een belang in Ambev ook toegang tot een dominante positie in Mexico, een snel groeiende winststroom uit China en ’s werelds toonaangevende aanbod van premiumbieren.
Mijn gevolgtrekkingen:
Opkomende aandelenmarkten zijn minder efficiënt dan hun ontwikkelde tegenhangers en eerder geneigd tot overreactie. Er zijn tal van potentieel winstgevende trends in opkomst, en naar mijn mening is een doelgerichte en gediversifieerde aandelenselectie de beste manier om hiervan te profiteren.
Gezien de te verwachten economische onzekerheid van de komende tijd vereist succesvol beleggen in de opkomende markten een langetermijnperspectief, een deskundig beheer en een zeer goede antenne voor neerwaartse risico’s. Ook zal de belegger zijn horizon moeten verbreden en verder moeten kijken dan voorheen.



