Stijgende voedselprijzen raken consumenten in opkomende markten relatief hard, maar de gevolgen kunnen ook doorwerken in de inflatie in ontwikkelde economieën. Daarvoor waarschuwen economen van vermogensbeheerder DWS in hun ‘Chart of the Week’.
Hittegolven, hogere kosten voor energie en meststoffen en nieuwe verstoringen van de graanexport via de Zwarte Zee zetten de voedselvoorziening onder druk. De directe gevolgen verschillen sterk per land, omdat voedsel niet overal een even groot deel van de consumentenbestedingen uitmaakt.
In de Verenigde Staten hebben thuis geconsumeerde voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken een gewicht van ongeveer 8% in het inflatiemandje. In de eurozone is dat iets meer dan 15%. In India en Thailand loopt het aandeel op tot respectievelijk 37% en 36%. Turkije en Mexico zitten daar met 24% en 22% tussenin.
Hogere kosten kunnen worden geëxporteerd
Juist in landen waar huishoudens een groot deel van hun inkomen aan voedsel besteden, kunnen prijsstijgingen harder doorwerken in de koopkracht en inflatie. Volgens DWS kunnen de gevolgen vervolgens via lonen en productiekosten naar andere landen worden geëxporteerd.
Dat is relevant omdat onder meer India een belangrijke leverancier van diensten is, terwijl Mexico en Thailand een rol spelen in internationale industriële toeleveringsketens. Turkije exporteert onder meer textiel en machines naar Europa. Wanneer hogere voedselprijzen leiden tot hogere looneisen, kunnen ook de kosten van geëxporteerde goederen en diensten oplopen.
Hoe groot dat effect wordt, is volgens DWS moeilijk te voorspellen. Een slechte oogst kan worden gevolgd door een betere en bedrijven kunnen hogere kosten deels opvangen via hun winstmarges.
Voor centrale banken is vooral van belang of een voedselprijsschok tijdelijk blijft of zich verspreidt naar lonen en andere prijzen. Ook in ontwikkelde economieën kunnen hogere voedselprijzen volgens DWS de inflatieverwachtingen beïnvloeden, omdat consumenten er vrijwel dagelijks mee worden geconfronteerd.
Centrale banken kunnen de voedselproductie zelf niet beïnvloeden. Hun uitdaging is volgens DWS vooral te voorkomen dat een tijdelijke stijging van de kosten van levensonderhoud uiteindelijk leidt tot blijvend hogere loon- en inflatieverwachtingen.




