De energietransitie vraagt de komende decennia om investeringen van tientallen biljoenen in elektriciteitsnetten, hernieuwbare energie, opslag en nieuwe brandstoffen. Volgens Duncan Hale van Schroders Capital biedt deze infrastructuur niet alleen toegang tot een structurele groeimarkt, maar kan zij ook voor extra spreiding in beleggingsportefeuilles zorgen.
Het belang van energie-infrastructuur neemt toe doordat verschillende ontwikkelingen samenkomen. Energiezekerheid staat hoger op de politieke agenda, terwijl elektrificatie en digitalisering de vraag naar elektriciteit vergroten. Ook de snelle uitbreiding van datacenters voor kunstmatige intelligentie zorgt voor extra stroomvraag.
Tientallen biljoenen aan investeringen
In 2024 werd wereldwijd ongeveer 2.000 miljard euro geïnvesteerd in de energietransitie. Op basis van het toenmalige overheidsbeleid zou tot 2050 nog circa 28.000 miljard dollar nodig zijn. In een scenario waarin wereldwijd netto nul uitstoot wordt bereikt, ligt de investeringsbehoefte volgens BloombergNEF ruim twee keer zo hoog.
Daarbij gaat het allang niet meer uitsluitend om wind- en zonneparken. Ook elektriciteitsnetten, batterijen, warmtenetten, biomethaan en groene waterstof maken deel uit van het belegbare universum.
Volgens Hale is het daarom te eenvoudig om alle infrastructuur als één beleggingscategorie te behandelen. Energie-infrastructuur kent andere inkomstenbronnen en risico’s dan veel traditionele infrastructuurbeleggingen.
Lage samenhang met aandelen en obligaties
Inkomsten kunnen bijvoorbeeld afkomstig zijn uit langlopende contracten, die soms aan de inflatie zijn gekoppeld, maar ook uit elektriciteitsprijzen en operationele verbeteringen. Daar staan specifieke risico’s tegenover, waaronder weersomstandigheden, technologische ontwikkelingen en veranderingen in overheidsbeleid.
Juist die verschillen kunnen volgens Schroders voor spreiding zorgen. Eigen analyses van de vermogensbeheerder laten een relatief lage correlatie zien tussen energie-infrastructuur en traditionele beleggingscategorieën. In sommige gesimuleerde situaties was de samenhang met aandelen en obligaties zelfs negatief.
Ook binnen de categorie zijn de verschillen groot. Bestaande wind- en zonneparken met langlopende stroomcontracten kunnen relatief voorspelbare kasstromen opleveren. Nieuwere technologieën en infrastructuurplatforms kennen doorgaans meer risico, maar kunnen ook meer groeipotentieel hebben.
Ander gedrag tijdens zwakke beurskwartalen
Schroders onderzocht ook hoe verschillende beleggingen zich gedroegen tijdens de tien slechtste kwartalen voor wereldwijde aandelen tussen maart 2014 en maart 2024. In deze simulaties verloren aandelen gemiddeld 7,66% en obligaties 2,93%. Brede infrastructuur behaalde gemiddeld een rendement van 1,43%, tegenover 3,48% voor infrastructuur gericht op de energietransitie.
Het gaat om gesimuleerde resultaten, die geen garantie bieden voor toekomstige rendementen.
Volgens Hale moet energie-infrastructuur daarom niet simpelweg worden beschouwd als een duurzame variant van traditionele infrastructuur. De combinatie van fysieke activa, contractuele inkomsten, blootstelling aan elektriciteitsprijzen en structurele groei geeft de categorie een ander risico- en rendementsprofiel. Voor beleggers kan vooral die afwijkende dynamiek interessant zijn als aanvulling op aandelen en obligaties.



