Van kwaad tot erger met Brazilië

0

Bijna een jaar na de verkiezingen is de populariteit van de Braziliaanse president Dilma Rousseff nog nooit zo laag geweest. Ook in het parlement begint zij steeds meer steun te verliezen. Uit de laatste Datafolha-peiling in juli blijkt dat het percentage respondenten dat vindt dat de regering het ‘goed’ of ‘geweldig’ doet, naar 8% is gedaald.

Van kwaad tot er erger met BraziliëHet blijkt dat 71% vindt dat de regering het ‘slecht’ of ‘zeer slecht’ doet. Verder vindt 66% dat het parlement een afzettingsprocedure moet beginnen (april: 63%) en denkt inmiddels 38% (april: 29%) dat de president inderdaad zal worden afgezet.

Afgelopen zondag gingen voor de derde keer dit jaar door het hele land mensen de straat op om te protesteren tegen de corruptie en het aftreden te eisen van de president. De opkomst was met rond de half miljoen mensen, zeker in het licht van de verder gedaalde populariteit, opnieuw niet erg hoog. Dit maakt het voor de oppositie minder makkelijk om de stap naar een afzettingsprocedure daadwerkelijk te zetten.

Recessie verdiept zich

De economische bedrijvigheid daalde in mei met -4,75% jaar-op-jaar, na een terugval van 3,1% in april. Ook al is het cijfer over juni wellicht iets beter, vanwege het lage vergelijkingsniveau, dan toch zal de neerwaartse trend aanhouden.

De industriële productie blijft krimpen en het ondernemersvertrouwen is in geen jaren zo laag geweest. De werkloosheid loopt sterk op en de reële inkomens worden aangetast door de hoge inflatie. Dit heeft ook zijn neerslag op het consumentenvertrouwen en zorgt voor een verdere krimp van de detailhandelsverkopen.

Door de politiek-economische problemen en bezorgdheid over de begrotingsconsolidatie is de real verder gedaald. Daarnaast zijn de gereguleerde prijzen gestegen. Samen vertaalt zich dat in een sterke toename van de inflatie. De inflatie wakkerde in juli aan naar 9,6% (juni: 8,9%). De verdere verhoging van de beleidsrente met 50 basispunten naar 14,25% op 29 juni kwam dan ook niet als verrassing.

Het is moeilijk te zien hoe Brazilië uit deze vicieuze cirkel (diepere recessie, verslechterde begrotingssituatie, zwakkere munt, oplopende inflatie) wil komen. De real blijft hierdoor onder druk staan. Ondanks dat de economische cijfers op een verdere verscherping van de recessie wijzen, kan daarom niet worden uitgesloten dat de rente nog een of twee maal wordt verhoogd.

Begrotingsdoelstelling

Na zeer tegenvallende begrotingsresultaten en gezien de verdere groeivertraging en het gebrek aan politieke steun voor belangrijke maatregelen, bleek de eerdere doelstelling van een primair overschot totaal onrealistisch. Het was dan ook niet raar dat de regering zich gedwongen zag om deze doelstelling bij te stellen.

Maar de mate waarin (2015: van 1,1% van het bbp naar 0,2%; 2016: van 2% naar 0,7%) was toch nog een onaangename verrassing. Wat de zaak verder verergert, is niet alleen een gebrek aan politieke bereidheid in het parlement om te bezuinigen, maar het Lagerhuis heeft zelfs een wet aangenomen om sommige ambtenarensalarissen te verhogen.

Een lager primair overschot in combinatie met een hogere rente heeft ook een negatief effect op het nominale overheidstekort en de bruto staatsschuld. Het nominale overheidstekort is inmiddels opgelopen tot meer dan 8% van het bbp en de staatschuld tot meer dan 60%.

De slechtere begrotingsvooruitzichten waren voor Standard & Poo’s (S&P) de belangrijkste reden om de BBB-rating deze maand op een ‘negative outlook’ te zetten en voor Moody’s om Brazilië af te waarderen naar Baa3, hetzelfde niveau als S&P. Moody’s paste de outlook echter aan van negatief naar stabiel. De Fitch-rating ligt nog altijd twee niveaus boven junkstatus, maar de outlook is negatief.

Vicieuze cirkel

De afwaardering door Moody’s was overigens eerder een opluchting dan een teleurstelling. De markt was bang geweest voor een verlaging met twee stappen of een negative outlook. Het risico van afwaardering naar junkstatus is daarmee echter nog niet verdwenen. De politiek-economische situatie verslechtert zo snel dat ook de nieuwe veel minder ambitieuze begrotingsdoelstellingen mogelijk nog te optimistisch zijn.

Een negatief primair begrotingssaldo zou een reden kunnen zijn voor een verdere downgrade. Als dat gebeurt zullen de economische problemen verder verergeren. De in vergelijking met andere landen met een BBB/BBB- rating toch al hoge spreads van Credit Default Swaps (CDS) lopen dan ook nog verder op.

Tot voor kort gingen wij ervan uit dat de groei in 2016 zou aantrekken dankzij verbeterde macro-economische factoren en een krachtiger mondiale groei. Het idee was dat 2015 een jaar van transitie zou zijn. De noodzakelijke begrotingsaanpassingen zouden in eerste instantie zorgen voor een scherpere recessie, zwakkere munt en hogere inflatie.

Maar de uiteindelijke verbetering van de overheidsfinanciën en de toegenomen concurrentiekracht door de zwakke munt zouden zorgen voor een vertrouwensherstel en zo de vicieuze cirkel doorbreken. Nu de politieke en begrotingsproblemen echter aanhouden, lijkt het erop dat de economie voor langere tijd in het slop blijft. Vandaar dat wij onze groeiprognose voor 2015 hebben verlaagd van -1% naar -2% en voor 2016 van 2% naar 0%.

Deel dit artikel

Over de auteur

Marijke Zewuster

Marijke Zewuster is Head Emerging Markets & Commodity Research bij ABN Amro Bank.


Kennispartners

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies om u de beste surfervaring te geven. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op 'Accepteren' hieronder, dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten