ABN AMRO heeft in een rechtszaak over zijn bijdrage aan een Europees noodfonds voor banken deels gelijk gekregen. Dat heeft het Gerecht van de Europese Unie woensdag bepaald. Toch pakt de uitspraak financieel nadelig uit voor de bank.
Het gaat om het Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds. Banken in de eurozone betalen hieraan mee, zodat een bank die omvalt kan worden afgewikkeld zonder dat de belastingbetaler moet bijspringen. De Europese afwikkelingsautoriteit SRB bepaalt hoeveel elke bank bijdraagt.
In 2023 moest ABN AMRO Hypotheken Groep, een dochter van de bank, ongeveer 120 miljoen euro bijbetalen over de jaren 2016 tot en met 2023. De SRB had een post die met securitisaties samenhangt, alsnog meegeteld. Bij securitisaties bundelt een bank leningen, zoals hypotheken, en verkoopt die door aan beleggers. Volgens ABN AMRO werd hetzelfde risico op die manier dubbel geteld. De bank betaalde onder protest en stapte naar de rechter. Het bedrag zette ABN AMRO in de boeken als geld dat het verwachtte terug te krijgen.
De rechter vindt dat de SRB de post terecht heeft meegeteld. Wel had de SRB de extra bijdragen over 2016 tot en met 2018 te laat opgelegd. Daarom heeft het Gerecht het besluit vernietigd. De SRB moet de bijdragen opnieuw berekenen en de proceskosten van ABN AMRO betalen.
ABN AMRO krijgt daardoor maar een deel van de 120 miljoen euro terug. Het verschil drukt de nettowinst met ongeveer 33 miljoen euro. Dat wordt verwerkt in de cijfers over het derde kwartaal van 2026.
De bank benadrukt dat zij het fonds steunt. De zaak ging alleen over de manier waarop de bijdrage is berekend, niet over de vraag of ABN AMRO moet bijdragen. ABN AMRO gaat de uitspraak nu bestuderen.



