De aanstaande top van de ministers van Financiën van de G7-groep in Tokio staat waarschijnlijk in het teken van stabiele valuta’s. De G7-landen vrezen namelijk dat de wereldeconomie schade ondervindt van nog een rally van de dollar. James Athey van Aberdeen spuit zijn kritische noten.
Volgens de obligatiespecialist kan de G7 valutastabiliteit niet bewerkstelligen, al zouden ze dat willen. De hele receptuur roept bij hem herinneringen op aan het zogeheten Plaza Akkoord, vernoemd naar het Plaza Hotel in New York waar vijf regeringen (de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, West-Duitsland, Japan en Frankrijk) afspraken te interveniëren op de valutamarkten.
Dat deed de dollarkoers in 1985 keren, nadat de greenback in vijf jaar tijd 50% meer waard was geworden. De munt werd na het beruchte Plaza Akkoord binnen drie jaar met 40% naar beneden gedreven. Veel mensen vragen zich af of we volgende week afstevenen op een Plaza 2.0.
Aan kracht ingeboet
“Tot op zekere hoogte zijn de grote landen al tot gecoördineerde actie overgegaan”, weet Athey. “Tijdens de top van de G20 in Shanghai, afgelopen februari, is informeel afgesproken dat de centrale bankiers hun monetaire beleid beter op elkaar zullen afstemmen. Sindsdien heeft de dollar aan kracht ingeboet.”
Athey vervolgt: “Een steeds sterker wordende dollar leidt tot een kapitaalvlucht uit China. Dit dwingt de Chinese autoriteiten hun buitenlandse deviezenreserves aan te boren om zo de renminbi overeind te houden. Voor opkomende landen die veel dollarschulden hebben, wordt het steeds lastiger om aan hun financiële verplichtingen te voldoen. Maar deze landen wachten ook niet op een al te sterke eigen munt, omdat de export en groei daar zwaar onder lijden.”
Beleggers zijn niet gek
De grote vraag is dus of een akkoord wel zo’n goed idee is. “Beleggers zien de dollar simpelweg als logische valutakeus. De VS is immers de grootste economische mogendheid ter wereld bevolkt door de machtigste consumenten. En omdat de Amerikaanse economie voor loopt op de rest van de ontwikkelde landen, neemt de Federal Reserve waarschijnlijk ook als eerste een rentestap.”
Als de Fed de rente niet verhoogt, duidt dit erop dat de economie het minder goed doet dan beleggers denken, stelt Athey. “Als gevolg hiervan zullen beleggers de dollar van de hand doen. Dit lokt een renteverlaging door de Bank of Japan (BoJ), de Europese Centrale Bank (ECB) en andere centrale banken uit. En dat werkt op zijn beurt een sterke dollar in de hand.”
Volgens Athey is de inzet van een eventueel akkoord het creëren van een omgeving waarin valuta’s stabiliseren en er bijna geen koersschommelingen zijn. “Maar daar kun je naar fluiten. Als je beleggers probeert te pushen om niet te kopen, zullen ze overgaan tot verkoop. Politici moeten zich realiseren dat ze beleggers niet voor de gek kunnen houden.”



