De blokkade van de Straat van Hormuz legt opnieuw bloot hoe kwetsbaar de wereldeconomie is voor geopolitieke schokken. Volgens Dorian Carrell van Schroders dreigt de huidige energiecrisis niet alleen de inflatie opnieuw aan te jagen, maar ook het speelveld voor inkomensbeleggers structureel te veranderen. In een wereld waarin olieprijzen volatiel blijven en centrale banken onder druk staan, volstaat een traditionele obligatieportefeuille volgens hem niet langer om koopkracht te beschermen.
De situatie in het Midden-Oosten heeft markten en beleidsmakers de afgelopen maanden in een uitzonderlijk onzekere positie gebracht. Hoewel de omstandigheden snel kunnen veranderen, acht Carrell een snelle en allesomvattende oplossing voor de impasse rond de Straat van Hormuz onwaarschijnlijk. Veel waarschijnlijker is volgens hem een langdurige en rommelige de-escalatie, waarbij verstoringen in energie- en toeleveringsketens blijven doorwerken in hogere consumentenprijzen.
Daar komt bij dat het vertrek van de Verenigde Arabische Emiraten uit OPEC wijst op bredere scheuren binnen traditionele olieallianties. Daardoor wordt prijsvorming op de energiemarkt steeds moeilijker, juist nu geopolitieke drukmiddelen vaker worden ingezet om energiestromen te beïnvloeden.
Vier schokken in vijf jaar
Volgens Carrell staat de huidige crisis niet op zichzelf. Sinds 2020 kregen markten achtereenvolgens te maken met vier grote schokken: corona, de oorlog in Oekraïne, handelstarieven en nu Iran. Wat aanvankelijk als tijdelijk werd beschouwd, heeft volgens hem geleid tot structurele verstoringen die inflatie hardnekkiger maken. De door de VS geleide blokkade van de Straat van Hormuz beperkt de Iraanse exportcapaciteit aanzienlijk, waardoor ook de productiecapaciteit onder druk komt te staan. Het herstel van verloren olie- en LNG-aanvoer kost tijd, wat de kans vergroot dat inflatie langer hoog blijft.
Volgens Carrell beperkt de impact zich bovendien allerminst tot het Midden-Oosten. Olieprijzen werken door in vrijwel de gehele productieketen: van vrachtvervoer en luchtvaart tot verpakkingen en kunstmest. Hogere inputkosten vertalen zich uiteindelijk direct naar duurdere consumentenproducten. Die druk wordt steeds zichtbaarder voor huishoudens. Hogere benzineprijzen, duurdere boodschappen zijn volgens Schroders slechts de meest zichtbare gevolgen. Ook grondstoffen zoals nafta voor plastics en verpakkingen, ureum voor kunstmest en kerosine voor vliegtuigen zijn direct gekoppeld aan de olieprijs. Naarmate die kosten oplopen, versterken zij de inflatiedruk in de economie verder.



